N05.30-2028-01
Inlaatkleppen
1 Afstelbout
2 Contramoer
Uitlaatklep
1 Afstelbout
2 Contramoer
N05.30-0307-01
N03.30-0313-01
Inspectieopening in distributiehuis
3 Afsluitdeksel
4 Rondtornapparaat
S181 Schakelaar motorstart
S182 Schakelaar motorstop
W01.00-1054-01
1 | Kleppendeksel uitbouwen | ||
| Kleppendeksel uit-, inbouwen | ||
2 | Methode voor stellen van kleppen kiezen | Stellen conform inspuitvolgorde | |
Stellen in twee krukasstanden | |||
| Algemene aanwijzingen kleppen stellen | Methode 1 | |
| Algemene aanwijzingen kleppen stellen | Methode 2 | |
3.1 | Afsluitdeksel (3) uitbouwen, rondtornapparaat (4) aan inspectieopening in distributiehuis inbouwen en motor in krukasstand voor gekozen stelmethode zetten | Als de motor met rondtornapparaat (4) moet worden rondgedraaid. | |
| |||
| |||
Gevaarlijk! | Kans op ongevallen door spontaan wegrijden bij draaiende motor. Kans op letsel door bekneld raken en verbranding bij ingrepen tijdens het starten of bij draaiende motor. | Wagen tegen spontaan wegrijden beveiligen. | |
3.2 | Schakelaar motorstop (S182) indrukken, vervolgens schakelaar motorstart (S181) ook indrukken en motor in krukasstand voor gekozen stelmethode zetten | Als de motor met de startmotor moet worden rondgedraaid. | |
De motor slaat aan als schakelaar motorstart (S181) en schakelaar motorstop (S182) gelijktijdig worden ingedrukt. | |||
4 | Klepbruggen afstellen | Alleen bij motor 904.9 t/m eindnr. 039739 en na werkzaamheden aan cilinderkop of tuimelaarmechanisme nodig. | |
| Klepbrug afstellen | ||
| |||
5 | Klepspeling (pijl) controleren en kleppen stellen | Klepspeling (pijl) controleren en kleppen stellen als de motor koud is. Minimaal 30 min. nadat de motor is afgezet, ook bij kortstondig gebruik, om voor een gelijkmatige verwarming te zorgen. | |
Klepspeling | |||
Controletolerantie klepspeling De controletolerantie klepspeling geldt alleen voor de controle en niet voor het stellen. | |||
| |||
| |||
Voelermaat | |||
6 | Rondtornapparaat (4) uitbouwen en afsluitdeksel (3) voor inspectieopening in het distributiehuis inbouwen | Als de motor met rondtornapparaat (4) is rondgedraaid. | |
| |||
| |||
7 | Kleppendeksel inbouwen | ||
| Kleppendeksel uit-, inbouwen |
Controlewaarden kleppen
Nummer | Omschrijving | Motor motor | Motor motor | ||
BE05.30-N-1012-01B | Klepspeling | Inlaat | mm | 0,40 | 0,40 |
Uitlaat | mm | 0,60 | 0,60 | ||
BE05.30-N-1013-01B | Controletolerantie klepspeling | Inlaat | mm | -0,05/+0,05 | -0,05/+0,05 |
Uitlaat | mm | -0,10/+0,10 | -0,10/+0,10 | ||
Distributiehuis
Nummer | Omschrijving | Motor | |
BA01.60-N-1002-01A | Afsluitdeksel inspectieopening aan distributiehuis | Nm | 25 |
Distributie, algemeen
Nummer | Omschrijving | Motor | |
BA05.00-N-1002-01A | Contramoer aan stelbout tuimelaar | Nm | 25 |
BA05.00-N-1003-01A | Contramoer aan stelbout klepbrug | Nm | 25 |
000 589 10 99 00
Gereedschapset
Rondtornapparaat
904 589 04 63 00
Verwezen documenten
- ah0530n100001c Algemene aanwijzingen kleppen stellen
- ah0530n100001d Algemene aanwijzingen kleppen stellen
- ap0530w056001b Klepspeling controleren, kleppen stellen
- ar0120w5014a Kleppendeksel uit-, inbouwen
- ar0500w552102b Klepbrug afstellen
- as0000z000501a Kans op ongevallen door spontaan wegrijden bij draaiende motor. Kans op letsel door bekneld raken en verbranding bij ingrepen tijdens het starten of bij draaiende motor.