Algemeen
Het wegrijblokkeringssysteem met transponder bestaat uit de regeleenheid WSP en max. 8 wagensleutels met geïntegreerde transponders of (in combinatie met een radiografische afstandsbediening) max. 8 zendersleutels (sleutels met klapmechanisme).
Communicatie tussen wagensleutel en regeleenheid WSP
De in de sleutel geïntegreerde transponder bevat een code die nodig is voor het vrijschakelen van de wegrijblokkering. Deze transpondercode wordt na het inschakelen van het contact in de regeleenheid WSP ingelezen en met de als geldig opgeslagen code vergeleken. Als de ingelezen transpondercode met de in de motorregeleenheid als geldig opgeslagen code overeenstemt, wordt de wegrijblokkering gedeactiveerd en de start vrijgegeven.
Communicatie met de motorregeleenheden PMS / ASF / MSA
Het deactiveren van de wegrijblokkering geschiedt van de regeleenheid WSP naar de motorregeleenheden.
De interface naar de motorregeleenheden is in 2 varianten tot stand gebracht:
Als PWM- uitgang met unidirectionele communicatie (wagens met motor 111)
Als CAN- databus met bidirectionele communicatie (wagens met motor 601 / 602)