ad4230d3020a

Antiblokkeersysteem (ABS/ABD)

Type ad · thema 42.30 · versie 0101 · 2003-06-06

Geldig voor: TYPE 901.0##, 902.0##, 903.0##, 904.0##, 901.3##, 902.3##, 903.3##, 904.3##, 901.4##, 902.4##, 903.4##, 904.4## ## tot 718186 tot 30.6.97 met CODE (BB0) Bremsanl.Antiblockiers.m.autom.Brems-Diff. ABS/ABD

Plaats

Functiegroep 2 Onderstel › 42 Remsysteem - hydraulisch systeem en mechanisch gedeelte › 42.30 Anti-blokkeersysteem (ABS) — Serie 901 (modellen 0**, 3**, 4**) · Serie 902 (modellen 0**, 3**, 4**) · Serie 903 (modellen 0**, 3**, 4**) · Serie 904 (modellen 0**, 3**, 4**)

AD42.30-D-3020A

Antiblokkeersysteem (ABS/ABD)

10.6.97

TYPE 901.0##, 902.0##, 903.0##, 904.0##, 901.3##, 902.3##, 903.3##, 904.3##, 901.4##, 902.4##, 903.4##, 904.4## ## tot 718186 tot 30.6.97 met CODE (BB0) Bremsanl.Antiblockiers.m.autom.Brems-Diff. ABS/ABD

Antiblokkeersysteem ABS/ABD

diagnose voorkennis

AD42.30-D-2000A

Volgende tests moeten met de HHT op de rollentestbank of bij omhoog gebrachte wielen worden uitgevoerd.

Na het inschakelen van het contact moeten het veiligheidslampje ABS en de info-indicatie ABD na ca. 2 sec. doven

Als tijdens de laatste rit een dynamische toerentalsensorstoring (104, 105, 112, 113) aanwezig was, die inmiddels is verholpen of als de regeleenheid is vervangen, zal het veiligheidslampje ABS pas bij een rijsnelheid van 12 km/h doven, omdat dan pas de interne toerentalsensorcontrole is afgesloten.

Teststap

Controleren

Aanwijzing

1

Overzicht toerentalsensors

Alle wielen achtereenvolgens aandrijven. De wielsnelheid voor het actueel aangedreven wiel moet worden berekend.

AD42.30-D-3000A

2

Luchtspleet

Alle wielen afzonderlijk, asgewijs of samen langzaam versnellen. Vanaf een bepaalde wielsnelheid moet voor elk aangedreven wiel een snelheidswaarde worden berekend

AD42.30-D-3000A

3

Overzicht wielremmen

Rempedaal intrappen tot het wiel stroef draait (remkracht 1 kN op rollentestbank). Inlaatventiel van betreffende wiel inschakelen en remkracht verhogen. Het wiel moet nog steeds stroef draaibaar zijn (constante remkracht op rollentestbank). Uitlaatventiel inschakelen. Het wiel moet soepel draaibaar zijn. Inlaatventiel opnieuw uitschakelen en op dezelfde wijze het volgende wiel controleren

AD42.30-D-3010-02A

4

Testrit

Als tijdens de bovenstaande controles geen storing is aangetoond, diagnosemodus verlaten en wagen sneller dan 12 km/h laten rijden. Uiterlijk bij deze snelheid moet het veiligheidslampje ABS doven en uitgeschakeld blijven.

Laat de wagen hierna minstens 80 sec sneller dan 50 km/h rijden. Pas dan zijn de interne controleprocedures van het systeem afgesloten

Verwezen documenten