SI20.10-P-0002A | Service-Informatie: Werking koelmiddelthermostaat controleren | 15.11.11 |
MOTOR 266.920 /940 /960 /980 in TYPE 169
MOTOR 266.920 /940 /960 /980 in TYPE 245
P20.10-2225-01
1 Warmwaterslang (naar verwarmingswarmtewisselaar)
2 Koelmiddelslang (naar radiateur)
Als zich klachten met betrekking tot een te lage koelmiddeltemperatuur tijdens het rijden (koelmiddeltemperatuurmeter op het combi-instrument) voordoen, kan de werking van de koelmiddelthermostaat op onderstaande wijze worden gecontroleerd.
-----------------------------------------------------------------------------------------
Als zich na minimaal 5 minuten, echter maximaal 10 minuten, bij een draaiende motor een temperatuurverschil tussen de warmwaterslang en koelmiddelslang van minstens 20 °C voordoet, is de koelmiddelthermostaat in orde en mag niet worden uitgebouwd.
-----------------------------------------------------------------------------------------
| Controleren | ||
Voorwaarden | De motor is koud. De wagen en motor hebben de temperatuur van de omgeving. | ||
1 | Motor starten | Motor stationair laten draaien. | |
De instellingen bedieningseenheid verwarming en ventilatorstand zijn niet relevant voor de controle. | |||
| Meten | ||
2 | Meetpunt warmwaterslang (1) | Boven de aansluiting thermostaat. | |
3 | Meetpunt koelmiddelslang (2) | Tussen thermostaat en radiateur, op de helft. | |
Meetwaarde | Motor laten draaien: min. 5 min...max. 10 min. | ||
Temperatuurverschil: 20 °C | |||
Temperatuurmeting gotis://G_58.3_12.0 |