AR40.10-P-1040A | Wielen uitbalanceren | 19.1.12 |
TYPE 124, 129, 140, 163, 168, 170, 171, 202, 203, 208, 209, 210, 211, 215, 220, 230, 231, 240
TYPE 414
P40.10-0215-01
43b Kleefgewicht
43c Kleefgewicht
Uitbalanceren | |||
| Aanwijzingen bij standvlakken banden | ||
1.1 | Balanceergewicht (43a) met bevestigingsklem verwijderen | | |
1.2 | Kleefgewichten (43b, 43c) met demontagegereedschap verwijderen | | |
Kleefgewichten bij lichtmetalen velgen met beperkte inbouwverhoudingen gebruiken. | |||
| Reinigen | ||
2 | Zo nodig velgen reinigen | Verontreinigingen aan band of velg zorgen bij het balanceren voor onjuiste meetresultaten en moeten daarom altijd vóór het uitbalanceren worden verwijderd! | |
Wielen stationair uitbalanceren | |||
3 | Centreerhuls monteren | Centreerconus gotis://F_40.1_02.0 | |
4 | Hoogteslag van velgen controleren | De hoogteslag van het wiel mag maximaal 1.0 mm bedragen. Bij stalen velgen kan door het draaien van de band eventueel een gunstigere ligging van beide onderdelen ten opzichte van elkaar tot stand worden gebracht. Dit is echter alleen mogelijk als met zekerheid geen stand- of remvlakken aanwezig zijn. | |
5 | Wielen op stationaire balanceermachine bevestigen en uitbalanceren | Alleen goedgekeurde balanceermachines gebruiken en gebruikshandleiding van de fabrikant aanhouden. | |
De resterende onbalans mag per wielzijde maximaal 10 gram bedragen. | |||
Type 140 en type 210 met code 979, gepantserde uitvoering | |||
Wielen dynamisch uitbalanceren | |||
6 | Elektronisch stabiliteitsprogramma ESP uitschakelen | ||
7 | Portieren, motorkap en kofferdeksel sluiten | ||
Gevaarlijk! | Levensgevaarlijk is het beklemd raken tussen roterende onderdelen | Geen roterende delen vastpakken. | |
8 | Wielen met dynamische balanceermachine aan wagen uitbalanceren | Alleen goedgekeurde balanceermachines gebruiken en gebruikshandleiding van de fabrikant aanhouden. | |
Wielen alleen aan wagen nabalanceren als deze stationair zijn uitgebalanceerd. Stalen velgen met wieldoppen uitbalanceren. Achterwielen alleen aandrijven met wagenmotor, omdat anders het achterasmiddenstuk wordt beschadigd. | |||
Type 124.2/3 uitbalanceren bij wagens met 4MATIC | |||
9 | Elektronisch stabiliteitsprogramma ESP inschakelen |
124 589 17 63 00
129 589 00 59 00
Demontagegereedschap
Montagegereedschap
Verwezen documenten
- ah4010p103001a Aanwijzingen bij standvlakken banden
- ar4010p104001a Centreerhuls monteren
- ar4010p104002a Balanceren bij auto's met 4MATIC
- ar4010p104004a Afstelwaarden balanceermachine bij gepantserde uitvoeringen - wagens met CTS-wielen
- as0000z000401a Levensgevaarlijk is het beklemd raken tussen roterende onderdelen van de wagen