43a | Balanceergewicht |
43g | Ventiel |
X | Afstand |
Y | Afstand |
P40.10-0217-01
P40.10-0218-01
2 | Wartelmoer |
3 | Ventielelement |
3a | Bout |
3s | Schouderafdichting |
43g | Ventiel |
A69/1 | Wielsensor RDK linksvoor |
A69/2 | Wielsensor RDK rechtsvoor |
A69/3 | Wielsensor RDK linksachter |
A69/4 | Wielsensor RDK rechtsachter |
A69/5 | Wielsensor RDK, reservewiel (alleen type 203, 209, 210, 215, 220, 240) |
P40.10-4405-01
P40.15-2259-01
| Demonteren | ||
Aanwijzing | Aanwijzingen voor banden/velgen | ||
Algemene aanwijzingen banden | Außer Typ 414 | ||
1 | Velg demonteren | ||
| Type 163 | ||
| Type 124, 129, 140, 164, 168, 170, 202, 203, 208, 210, 211, 215, 220, 230, 240, 414 | ||
2.1 | Vastgeklemd balanceergewicht (43a) met montagegereedschap demonteren | Vastgeklemd balanceergewicht | |
Montagegereedschap | |||
2.2 | Vastgehecht balanceergewicht (43a) met demontagegreedschap verwijderen | Vastgehecht balanceergewicht | |
| |||
Loctite 7200 | |||
Demontagegereedschap | |||
3 | Binnenventiel uit ventiel (43g) draaien | ||
4 | Bandenreparatiemiddel TIREFIT uit band aftappen |
| |
5 | Hieldrukker van bandmontageapparaat op hielflank aanbrengen | | |
Hieldrukker op ventiel (43g) tegenover hielflank aanbrengen. | |||
6 | Binnenste en buitenste bandflank via veiligheidsschouders in diepbed van velg drukken | ||
7 | Velg op bandmontageapparaat bevestigen | ||
8 | Velgrand en bandhielen met montagepasta insmeren | Montagepasta brede banden | |
9 | Velg op bandmontageapparaat positioneren | Velg dusdanig positioneren dat ventiel (43g), in draairichting (pijl) van velg gezien, zich 10 cm achter de montagekop bevindt. | |
10 | Montagekop dusdanig richten dat deze zich op geringe afstand (X, Y) van velg bevindt | ||
11 | Bandhiel met montagehefboom over monteerlip van monteerkop werken en band van velg demonteren | | |
Een reservewiel met nog niet opgepompte noodband is alleen als compleet onderdeel leverbaar. Het reservewiel met nog niet opgepompte noodband kan alleen in zijn geheel worden vervangen. Als het reservewiel is beschadigd, nog niet opgepompte band demonteren en gescheiden van de velg afvoeren. | |||
| Controleren | ||
12 | Toestand van velg controleren | ||
13.1 | Wielsensor RDK (A69/1 t/m A69/5), ventielelement (3) en schouderafdichting (3s, alleen systeem Beru t/m 08/2004) in ingebouwde toestand op beschadiging controleren | Bij voertuigen met code 470, bandenspanningscontrole (basis), of code 475, bandenspanningscontrole (Beru) | |
| |||
Alle onderdelen vervangen als bout (3a) of wartelmoer (2) van wielsensor RDK (A69/1 t/m A69/5) zichtbaar loszit. | |||
Wielsensor RDK (A69/1 t/m A69/5) vervangen als deze zichtbaar is beschadigd of als bandenreparatiemiddel TIREFIT (alleen systeem Beru) is gebruikt: | |||
| |||
Wielsensor uit-, inbouwen: | |||
| |||
| |||
| |||
Hierbij op de aanhaalmomenten van de verschillende afdichtingsuitvoeringen letten: | |||
| |||
Afdichting van ventielelement gewijzigd. | |||
| |||
13.2 | Ventiel (43g) vervangen | Zonder bandenspanningscontrole | |
| Reinigen | ||
14 | Wielsensor RDK (A69/1 t/m A69/5) reinigen | Bij voertuigen met code 470, bandenspanningscontrole (basis), of code 475, bandenspanningscontrole (Beru) | |
| |||
| Monteren | ||
15 | Velgranden en bandhielen van nieuwe band met montagepasta insmeren | Montagepasta brede banden | |
16 | Velg op bandmontageapparaat positioneren | Velg dusdanig positioneren dat ventiel (43g) in een hoek van 180° ten opzichte van montagekop staat. | |
17 | Nieuwe band schuin op velg leggen en montagekop met geringe afstand (X, Y) naar velg richten | Bij banden met specifieke draairichting op de draairichting letten. Bij voertuigen met meer dan één type band op de juiste band bij de velg letten. | |
18 | Band met bandmontageapparaat over rand op velg drukken | | |
Bandhielen zo weinig mogelijk belasten. | |||
19 | Matchpunten van band en velg op elkaar afstemmen | ||
20 | Velg met band van bandmontageapparaat verwijderen | ||
21 | Binnenventiel uit ventiel (43g) draaien | ||
22 | Band vullen | Vuldruk maximaal 3 bar. | |
De bandhielen moeten gelijkmatig over de veiligheidsschouders van de velg schuiven, anders de bandhielen insmeren met montagepasta. | |||
Montagepasta brede banden | |||
23 | Binnenventiel in ventiel (43g) draaien | ||
24 | Bandenspanning corrigeren | Zie aanwijzing bandenspanning in de tankdopklep van het voertuig. | |
25 | Band uitbalanceren |
| |
Type 164 | |||
26 | Velg monteren | ||
| Type 163 | ||
| Type 124, 129, 140, 164, 168, 170, 202, 203, 208, 210, 211, 215, 220, 230, 240, 414 | ||
27.1 | Waarschuwing bandenspanningsverlies activeren | Type 211, 230 | |
27.2 | Bandenspanningscontrole activeren | Voertuigen met code 475, bandenspanningscontrole: | |
Type 211 | |||
Type 215, 220 | |||
Type 230 | |||
Type 240 | |||
| Type 210 |
129 589 00 59 00
Demontagegereedschap
124 589 17 63 00
Montagegereedschap
Verwezen documenten
- ah4010n102001a Algemene aanwijzingen banden
- ah4010p941101a Aanwijzingen voor banden/velgen
- ap4010p4050gh Wielen de-, monteren, zo nodig wisselen
- ap4010p4050z Wielen de-, monteren, zo nodig wisselen
- ar4010p101001a Toestand van velg controleren
- ar4010p1040a Wielen uitbalanceren
- ar4010p1040gz
- ar4010p1080a
- ar4015p0080a
- ar4015p0080as
- ar4015p0080cw
- ar5430p100002rah Gegevens op bedieningssysteem instellen
- ar5430p100002ram
- ar5430p100002rar Gegevens op bedieningssysteem instellen
- ar5430p100002rat Gegevens op bedieningssysteem instellen
- bt4015p008001a
- gf4015p000102a