S82.10-4585-08
Afgebeeld bij type 447.8 met code LG2, led-Intelligent Light System |
1 | Lichtschakelaar | 5 | Schakelaar mistachterlicht | Stellung D | Knipperlicht rechts | ||
2 | Helderheidsregelaar instrumentenverlichting | Stellung A | Middenstand | Stellung E | Knipperlicht links | ||
3 | Schakelaar alarmknipperlichtinstallatie | Stellung B | Grootlicht | ||||
4 | Combischakelaar | Stellung C | Lichtsignaal |
| Controleren | ||
1 | Werking parkeerlicht links en rechts na elkaar controleren | Als een defect wordt vastgesteld | |
| |||
Oorzaak vaststellen en probleem verhelpen, tegen afzonderlijke opdracht. | |||
2 | Werking van alarmknipperlichtinstallatie en bijbehorend controlelampje controleren | Als een defect wordt vastgesteld | |
| |||
Oorzaak vaststellen en probleem verhelpen, tegen afzonderlijke opdracht. | |||
3 | Werking van standlicht, achterlichten en kentekenplaatverlichting, alsmede bijbehorend controlelampje controleren | Hiervoor contact inschakelen. | |
Als een defect wordt vastgesteld | |||
| |||
Oorzaak vaststellen en probleem verhelpen, tegen afzonderlijke opdracht. | |||
4 | Werking van dimlicht en bijbehorend controlelampje controleren | Combischakelaar (4) in middenstand (stand A) zetten. | |
Als een defect wordt vastgesteld | |||
| |||
Oorzaak vaststellen en probleem verhelpen, tegen afzonderlijke opdracht. | |||
5 | Werking koplamphoogteverstelling controleren | Behalve code LG2, led-Intelligent Light System | |
Hiervoor alle standen van schakelaar koplamphoogteverstelling achter elkaar inschakelen, vervolgens schakelaar koplamphoogteverstelling in stand '0' draaien. | |||
Als een defect wordt vastgesteld | |||
| |||
Oorzaak vaststellen en probleem verhelpen, tegen afzonderlijke opdracht. | |||
6 | Werking van grootlicht (stand B) en bijbehorend controlelampje controleren | Als een defect wordt vastgesteld | |
| |||
Oorzaak vaststellen en probleem verhelpen, tegen afzonderlijke opdracht. | |||
7 | Werking van lichtsignaal (stand C) en bijbehorend controlelampje controleren | Als een defect wordt vastgesteld | |
| |||
Oorzaak vaststellen en probleem verhelpen, tegen afzonderlijke opdracht. | |||
8 | Werking mistachterlicht en bijbehorend controlelampje controleren | Lichtschakelaar (1) in stand 'auto' of 'dimlicht'. | |
Als een defect wordt vastgesteld | |||
| |||
Oorzaak vaststellen en probleem verhelpen, tegen afzonderlijke opdracht. | |||
9 | Werking mistlampen en bijbehorend controlelampje controleren | Met code L16, mistlampen voor, halogeen, of met code LG2, led-Intelligent Light System | |
Als een defect wordt vastgesteld | |||
| |||
Oorzaak vaststellen en probleem verhelpen, tegen afzonderlijke opdracht. | |||
10 | Verlichting uitschakelen | ||
11 | Werking van knipperlicht links (stand E) en knipperlicht rechts (stand D) na elkaar controleren en bijbehorende controlelampjes controleren | Als een defect wordt vastgesteld | |
| |||
Oorzaak vaststellen en probleem verhelpen, tegen afzonderlijke opdracht. | |||
12 | Werking achteruitrijlichten controleren | Als een defect wordt vastgesteld | |
| |||
Oorzaak vaststellen en probleem verhelpen, tegen afzonderlijke opdracht. | |||
13 | Werking remlichten controleren | Als een defect wordt vastgesteld | |
| |||
Oorzaak vaststellen en probleem verhelpen, tegen afzonderlijke opdracht. | |||
14 | Parkeerrem aantrekken | ||
Gevaarlijk! | Kans op ongevallen door spontaan wegrijden bij draaiende motor. Kans op letsel door bekneld raken en verbranding bij ingrepen tijdens het starten of bij draaiende motor. | Voertuig tegen spontaan wegrijden beveiligen. Gesloten en strak aansluitende werkkleding dragen. Geen hete of roterende onderdelen vastpakken. | |
15 | Motor starten | ||
16 | Werking dagrijlichten controleren | Type 447 zonder code LW1, dagrijlicht vervallen, type 448 | |
Als een defect wordt vastgesteld | |||
| |||
Oorzaak vaststellen en probleem verhelpen, tegen afzonderlijke opdracht. | |||
17 | Motor afzetten |
Verwezen documenten
- as0000z000501a Kans op ongevallen door spontaan wegrijden bij draaiende motor. Kans op letsel door bekneld raken en verbranding bij ingrepen tijdens het starten of bij draaiende motor.