ap8210d8251a

Koplampen en buitenverlichting op werking controleren

Type ap · thema 82.10 · versie 0110 · 2013-12-05

Geldig voor: TYPE 638 TYPE 690.6 TYPE 901, 902, 903, 904, 905

Plaats

Functiegroep 3 Opbouw/carrosserie › 82 Elektrische installatie, opbouw/carrosserie › 82.10 Uitwendige verlichting — Serie 638 · Serie 690 (modellen 6**) · Serie 901 · Serie 902 · Serie 903 · Serie 904 · Serie 905

EinPAS 30 Verlichtingssysteem › 30.15 Exterieurverlichting › 30.15.1 Basisinformatie — Serie 638 · Serie 690 (modellen 6**) · Serie 901 · Serie 902 · Serie 903 · Serie 904 · Serie 905

AP82.10-D-8251A

Koplampen en buitenverlichting op werking controleren

29.11.2013

TYPE

638

TYPE

690.6

TYPE

901, 902, 903, 904, 905

Koplampen en buitenverlichting op werking controleren
Koplampen en buitenverlichting op werking controleren

Combischakelaar

N54.25-2079-01

N54.25-2080-01

Koplampen en buitenverlichting op werking controleren
Koplampen en buitenverlichting op werking controleren
Koplampen en buitenverlichting op werking controleren

N82.10-2817-01

N82.10-2816-01

N54.35-2008-01

Schakelaar mistachterlicht

2

Mistachterlicht inschakelen

3

Mistachterlicht uitschakelen

Schakelaar mistlampen voor/mistachterlicht

2

Mistlampen voor, mistachterlicht inschakelen

3

Mistlampen voor, mistachterlicht uitschakelen

4

Mistlampen voor inschakelen

Schakelaar alarmknipperinstallatie

Controleren

1

Parkeerlicht links en rechts met combischakelaar inschakelen

In stand D parkeerlicht rechts controleren, in stand E parkeerlicht links controleren.

Als een defect wordt vastgesteld:

Tegen afzonderlijke opdracht oorzaak vaststellen en storing verhelpen.

2

Contact inschakelen, vervolgens standlicht inschakelen

Werking van standlicht, achterlichten, kentekenplaatverlichting en instrumentenverlichting controleren.

Als een defect wordt vastgesteld:

Tegen afzonderlijke opdracht oorzaak vaststellen en storing verhelpen.

3

Dimlicht inschakelen

In stand A dimlicht controleren, in stand B grootlicht controleren.

Als een defect wordt vastgesteld:

Tegen afzonderlijke opdracht oorzaak vaststellen en storing verhelpen.

4

Mistlampen voor, mistachterlicht inschakelen (2)

Dimlicht moet zijn ingeschakeld. Werking van mistlampen voor en mistachterlicht controleren. Het gele controlelampje voor het mistachterlicht in het combi-instrument moet gaan branden.

Als een defect wordt vastgesteld:

Tegen afzonderlijke opdracht oorzaak vaststellen en storing verhelpen.

5

Verlichting uitschakelen

6

Met combischakelaar (2) knipperlicht links (E) en knipperlicht rechts (D) inschakelen

Knipperlicht links (E) en knipperlicht rechts (D) controleren.

Als een defect wordt vastgesteld:

Tegen afzonderlijke opdracht oorzaak vaststellen en storing verhelpen.

7

Met combischakelaar lichtsignaal (C) bedienen

Lichtsignaal (C) controleren.

Als een defect wordt vastgesteld:

Tegen afzonderlijke opdracht oorzaak vaststellen en storing verhelpen.

8

Achteruitrijlicht controleren

Hiervoor achteruitversnelling inschakelen, vervolgens transmissie opnieuw in stationairstand schakelen.

Als een defect wordt vastgesteld:

Tegen afzonderlijke opdracht oorzaak vaststellen en storing verhelpen.

9

Remlicht controleren

Hiervoor rempedaal indrukken.

Als een defect wordt vastgesteld:

Tegen afzonderlijke opdracht oorzaak vaststellen en storing verhelpen.

10

Parkeerrem aantrekken

Gevaarlijk!

Kans op ongevallen door spontaan wegrijden bij draaiende motor. Kans op letsel door bekneld raken en verbranding bij ingrepen tijdens het starten of bij draaiende motor.

Voertuig tegen spontaan wegrijden beveiligen. Gesloten en strak aansluitende werkkleding dragen. Geen hete of roterende onderdelen vastpakken.

AS00.00-Z-0005-01A

11

Motor starten

Transmissie in stationaire stand

12

Dagrijlichten controleren

De dagrijlichten moeten bij draaiende motor zijn ingeschakeld.

Als een defect wordt vastgesteld:

Tegen afzonderlijke opdracht oorzaak vaststellen en storing verhelpen.

13

Motor afzetten

14

Contact uitschakelen

15

Alarmknipperlichten inschakelen

Alarmknipperlichten op werking controleren. Werking van controlelampje in schakelaar controleren.

Als een defect wordt vastgesteld:

Tegen afzonderlijke opdracht oorzaak vaststellen en storing verhelpen.

Verwezen documenten