Afgebeeld bij motor 654.920 in type 213.004 |
1 | Bout |
2 | Hittebeschermingsplaat |
3 | Moer |
4 | Deksel brandstoffilterhuis |
5 | Plug |
8 | Brandstofleiding |
P47.20-2565-06
P47.20-2598-09
Afgebeeld bij motor 656.929 in type 222.021 |
2 | Hittebeschermingsplaat | 8 | Brandstofleiding | |
4 | Deksel brandstoffilterhuis | 12 | Bouten | |
5 | Plug |
P47.20-2592-09
Afgebeeld bij motor 654.920 in type 213.004 |
6 | Brandstoffilterhuis | 10 | Stand 'gesloten' | |
7 | Brandstoffilter | 11 | Stand 'open' | |
9 | Trekker |
4 | Deksel brandstoffilterhuis |
5 | Plug |
6 | Brandstoffilterhuis |
7 | Brandstoffilter |
P47.20-2566-03
Waarschuwing | Kans op letsel aan huid en ogen door het omgaan met hete of gloeiende voorwerpen. | Handschoenen, beschermende kleding en eventueel een veiligheidsbril dragen. | |
Gevaar | Levensgevaarlijk is het van de hefbrug glijden of kantelen van de wagen. | Voertuig tussen de hefbrugkolommen plaatsen en de vier hefschotels op de door de voertuigfabrikant voorgeschreven hefpunten aanbrengen. | |
Gevaar | Explosiegevaar door ontbranding, vergiftigingsgevaar door het inademen en binnenkrijgen van brandstof en kans op letsel door huid- en oogcontact met brandstof. | Vuur, vonken, open licht en roken verboden. Brandstoffen uitsluitend in hiervoor bestemde en als zodanig aangeduide reservoirs doen. | |
Voorbereidende werkzaamheden | |||
1 | Regeleenheid elektronisch contactslot in stand '0' zetten en zendersleutel buiten zendbereik (minstens 2 m) leggen. | ||
2 | Tankdop openen en sluiten. | Om de druk in de brandstoftank af te bouwen. | |
3 | Voertuig met hefbrug opheffen. | ||
| |||
| Uitbouwen | ||
4 | Moer (3) losdraaien. | Motor 654 in type 205, 213, 238, 253, 257 | |
5.1 | Bout (1) uitdraaien. | Motor 654 in type 205, 213, 238, 253, 257 | |
5.2 | Bouten (12) losdraaien. | Motor 656 in type 213, 222, 238, 253, 257 | |
6 | Hittebeschermingsplaat (2) verwijderen. | ||
7 | Brandstofleiding (8) ontgrendelen, losnemen en met meegeleverde stop afsluiten. | | |
8 | Plug (5) verwijderen en afvoeren, alsmede brandstoffilterhuis (6) ledigen. | | |
| Inbouwen | ||
9 | Nieuwe plug (5) met nieuwe afdichting indraaien. | Plug waterafvoer aan brandstoffilterhuis | |
| Uitbouwen | ||
10 | Deksel brandstoffilterhuis (4) losdraaien. | | |
Steeksleuteldop | |||
Vervangen | |||
11 | Trekker (9) aan oud brandstoffilter (7) aanbrengen. | Trekker (9) wordt met nieuw brandstoffilter (7) meegeleverd. | |
12 | Trekker (9) in stand 'open' (11) draaien en oud brandstoffilter (7) uit brandstoffilterhuis (6) verwijderen. | ||
13 | Oud brandstoffilter (7) met trekker (9) afvoeren. | ||
14 | Afdichtringen vervangen. | | |
15 | Nieuw brandstoffilter (7) in brandstoffilterhuis (6) aanbrengen en vergrendelen, stand 'gesloten' (10) | ||
| Inbouwen | ||
16 | Deksel brandstoffilterhuis (4) vastdraaien. | Schroefdeksel aan brandstoffilterhuis | |
Steeksleuteldop | |||
17 | Stoppen van brandstofleiding (8) verwijderen en brandstofleiding (8) op brandstoffilterhuis (6) aansluiten en vergrendelen. | | |
18 | Hittebeschermingsplaat (2) aanbrengen. | ||
19.1 | Bout (1) vastdraaien. | Motor 654 in type 205, 213, 238, 253, 257 | |
19.2 | Bouten (12) vastdraaien. | Motor 656 in type 213, 222, 238, 253, 257 | |
20 | Moer (3) vastdraaien. | Motor 654 in type 205, 213, 238, 253, 257 | |
21 | Voertuig met hefbrug laten zakken. | ||
| |||
| Controleren | ||
Waarschuwing | Kans op ongevallen door spontaan wegrijden bij draaiende motor. Kans op letsel door bekneld raken en verbranding bij ingrepen tijdens het starten of bij draaiende motor. | Voertuig tegen spontaan wegrijden beveiligen. Gesloten en strak aansluitende werkkleding dragen. Geen hete of roterende onderdelen vastpakken. | |
Waarschuwing | Verbrandings-, verstikkings- en vergiftigingsgevaar bij werkzaamheden aan het uitlaatsysteem en daarmee verbonden onderdelen. Verstikkings- en vergiftigingsgevaar door het inademen van gasvormige en vaste bestanddelen van uitlaatgassen. Vergiftigingsgevaar door huidcontact met vaste bestanddelen van uitlaatgassen. | Beschermende kleding en veiligheidsbril dragen. Afzuiging gebruiken. Personen uit de gevarenzone verwijderen. | |
22 | Motor starten en brandstofsysteem op lekkage controleren. | | |
Onderdelen van brandstofsysteem waaraan tijdens vervangen van brandstoffilter werkzaamheden zijn uitgevoerd, op lekkage controleren. | |||
Bij lekkage: | |||
| |||
Regeleenheid elektronisch contactslot direct in stand '0' zetten, naar buiten gestroomde brandstof verwijderen, oorzaak bepalen en verhelpen, vervolgens bewerking 22 opnieuw uitvoeren. | |||
23 | Motor uitschakelen. | ||
Afrondende werkzaamheden | |||
24 | Voertuig met hefbrug laten zakken. | Als voertuig nog niet volledig op de grond staat. | |
|
642 589 00 09 00
Steeksleuteldop
Verwezen documenten
- ar0060p1006a
- as0000z000201a Kans op letsel aan huid en ogen door het omgaan met hete of gloeiende voorwerpen.
- as0000z000501a Kans op ongevallen door spontaan wegrijden bij draaiende motor. Kans op letsel door bekneld raken en verbranding bij ingrepen tijdens het starten of bij draaiende motor.
- as0000z001001a Levensgevaarlijk is het van de hefbrug glijden of kantelen van de wagen.
- as4700z000101a Explosiegevaar door ontbranding, vergiftigingsgevaar door het inademen en binnenkrijgen van brandstof en kans op letsel door huid- en oogcontact met brandstof.
- as4900z000101a Verbrandings-, verstikkings- en vergiftigingsgevaar bij werkzaamheden aan het uitlaatsysteem en daarmee verbonden onderdelen. Verstikkings- en vergiftigingsgevaar door het inademen van gasvormige en vaste bestanddelen van