ah0010p100006a

Aanwijzingen bij werkzaamheden aan voertuigen die op aardgas rijden

Type ah · thema 00.10 · versie 0100 · 2013-08-20

Geldig voor: TYPE 211, 212 met CODE 924 (Bivalente aardgasaandrijving) TYPE 242 met CODE 924 (Monovalente aardgasaandrijving) TYPE 245 met CODE 924 (Bivalente aardgasaandrijving)

Plaats

Functiegroep 0 Totaal › 00 Totaal voertuig › 00.10 Voertuig compleet, technische gegevens, wettelijke keuringen — Serie 211 · Serie 212 · Serie 242 · Serie 245

EinPAS 45 Gegevens/informatie › 45.10 Geheel voertuig › 45.10.1 Basisinformatie — Serie 211 · Serie 212 · Serie 242 · Serie 245

AH00.10-P-1000-06A

Aanwijzingen bij werkzaamheden aan voertuigen die op aardgas rijden

TYPE

211, 212

met CODE 924 (Bivalente aardgasaandrijving)

TYPE

242

met CODE 924 (Monovalente aardgasaandrijving)

TYPE

245

met CODE 924 (Bivalente aardgasaandrijving)

Voorwaarde met betrekking tot personeel:

Als voorwaarde geldt dat het personeel dat de controle op lekkage uitvoert volgens de nationale bepalingen en wetten is gekwalificeerd en kundig is (minstens diploma of bewijs van vakbekwaamheid voor gasvoertuigen).

Werkzaamheden aan de aardgasinstallatie mogen alleen door personeel worden uitgevoerd dat hiervoor is opgeleid. Voordat enige werkzaamheden worden uitgevoerd, moet de betreffende reparatiehandleiding zorgvuldig worden gelezen.

Aanwijzingen en informatie:

Om een probleemloze werking van de aardgasinstallatie en hun onderdelen te waarborgen en schade aan personen en onderdelen te voorkomen, moeten alle aanwijzingen en informatie worden aangehouden.

De veiligheidsvoorschriften voor de omgang met aardgasvoertuigen moeten worden aangehouden.
Anders kan er letsel, schade en milieuschade ontstaan.

Tijdens de montage van onderdelen van de aardgasinstallatie moet erop worden gelet dat de arbeidsomgeving uiterst schoon blijft.
Haren of pluizen van kleding kunnen al tot lekkages in de aardgasinstallatie leiden. Daarom nooit de afdichtmaterialen of afdichtvlakken van onderdelen van de aardgasinstallatie met een doek of met stof reinigen.

De drukgastanks mogen voor demontage niet volledig worden geledigd, omdat bij het vervangen van onderdelen van de aardgasinstallatie een resterende hoeveelheid gas is benodigd voor de aansluitende controle op lekkage. De gasdruk moet > 20 bar zijn.