AD80.35-D-2002-04E | Systeembeschrijving radiografische afstandsbediening (FFB) | Controlelampje wegrijblokkering |
Controlelampje wegrijblokkering
Aansturing van controlelampje door geschakeld plussignaal
(kl. 15) vanaf regeleenheid radiografische afstandsbediening. Bij een kortsluiting wordt de uitgang gedeactiveerd en pas na opnieuw inschakelen van het contact wederom vrijgegeven.
PWM-versie (Motor 111)
Het controlelampje wordt ingeschakeld:
gedurende minstens 2 sec. na contact "IN".
Het controlelampje wordt uitgeschakeld:
ca. 2 sec na contact "IN" wanneer de wegrijblokkering is gedeactiveerd,
in geval van een kortsluiting bij de uitgang of
wanneer het contact wordt uitgeschakeld
CAN-versie (Motor 601/602)
Het controlelampje wordt ingeschakeld:
na contact "IN" wanneer de wegrijblokkering is geactiveerd of
wanneer de motorelektronica 1 sec. na het inschakelen van contact geen motorstatus "Vrijgave" heeft verzonden.
Het controlelampje wordt uitgeschakeld:
door het uitschakelen van het contact of
na ontvangst van de motorstatus "Vrijgave".
Aanwijzing
Als gevolg van de samenvoeging van het voorgloeicontrolelampje en het controlelampje wegrijblokkering tot één controlelampje (met voorgloeisymbool) vindt bij normaal bedrijf (gedeactiveerde wegrijblokkering) de volgende aansturing plaats:
Het controlelampje licht op na het inschakelen van het contact en dooft na afloop van de voorgloeitijd. De motor kan hierna worden gestart.
De aansturing van het controlelampje door de regeleenheid radiografische afstandsbediening vindt bij wagens met de motor 601/602 (CAN-versie) derhalve alleen plaats wanneer er geen startvrijgave is.