GF83.50-P-2000M | Regel- en bedieningseenheid airco achter, werking | 27.1.98 |
TYPE 220 met CODE (582), airco achter
P83.50-2014-10
1 Luchtverdelingsregelaar
N22/3 Regel- en bedieningseenheid airco achter
Resttoets
AAN/UIT-toets
Temperatuurtoets (links/rechts)
Ventilatortoets (AUTO/handmatig)
Werking
De regel- en bedieningseenheid airco achter (N22/3) maakt het mogelijk dat de temperatuur voor de passagiers achterin afzonderlijk kan worden geregeld:
Luchttemperatuurvoorkeuze achter door, afzonderlijk voor links en rechts, op de temperatuurtoetsen ( ) te drukken
Handmatige/automatische luchthoeveelheid door op de ventilatortoets ) te drukken
-----------------------------------------------------------------------------------------
Handmatige luchtverdeling van achterdoseur tussen voorstoelen of doseur beenruimte achter door luchtverdelingsschakelaar (1) te verstellen
Het benutten van de motorrestwarmte te activeren als het contact is uitgeschakeld, door op de resttoets ( ) te drukken
In-/uitschakelen door op de AAN/UIT-toets ( ) te drukken
-----------------------------------------------------------------------------------------
Bovendien stuurt de in de regel- en bedieningseenheid airco achter (N22/3) geïntegreerde regeleenheid de volgende onderdelen direct aan:
Duoventielen achter
Circulatiepomp verwarmingswater achter
Ventilatorregelaar achter
Stelmotor luchtverdelingsklep achter
Afsluitventiel koudemiddel
De regel- en bedieningseenheid airco achter (N22/3) leest de volgende sensorsignalen direct in:
Temperatuursensor radiateur links- en rechtsachter
Temperatuursensor verdamper
Communicatie tussen de regel- en bedieningseenheid automatisch geregelde airco en de regel- en bedieningseenheid airco achter.
Temperatuurregeling: De regel- en bedieningseenheid automatisch geregelde airco leest alle ingestelde normwaarden van de regel- en bedieningseenheid airco achter in en berekent voor het gehele interieur de benodigde inblaastemperaturen. De waarden die voor links- en rechtsachter zijn berekend, worden doorgegeven aan de regel- en bedieningseenheid airco achter, die de inblaastemperaturen regelt.
Als de achterzittingen niet zijn bezet (herkenning via gordelslot), wordt de temperatuurregeling automatisch op 22 °C ingesteld.
Vanaf 01.06.01 wordt de temperatuurregeling bij niet-bezette achterzittingen door de regel- en bedieningseenheid automatisch geregelde airco overgenomen.
Ventilatorregeling: Als de regel- en bedieningseenheid airco achter op automatische ventilatorregeling staat, wordt de vorige ventilatorstand overgenomen.
Vanaf 01.06.01 wordt de ventilatorregeling bij automatische ventilatorregeling direct door de regel- en bedieningseenheid airco achter geregeld.
Afstandsbediening van de regel- en bedieningseenheid airco achter door de regel- en bedieningseenheid automatisch geregelde airco: Als de ventilatortoets op de regel- en bedieningseenheid ca. 1 seconde in de AUTO-stand ingedrukt wordt gehouden, verschijnt op het voorste indicatiedisplay een bedieningseenheidsymbool en de voor de achterzijde ingestelde waarden. Deze kunnen vanaf de voorzijde worden gewijzigd. Daar kan eveneens de airco achter met de AAN/UIT-toets ( ) worden uitgeschakeld. De functie wordt automatisch gedeactiveerd als binnen
ca. 3 seconden geen wijziging is aangebracht.
Luchtverdelingsregelaar airco achter, plaatsing/functie/werking | |||
Ventilatortoets airco achter, plaatsing/functie/werking | |||
Temperatuurtoets airco achter, plaatsing/functie/werking | |||
Resttoets airco achter, plaatsing/functie/werking | |||
Indicatiedisplay airco achter, plaatsing/functie/werking | |||
AAN-/UIT-toets airco achter, plaatsing/functie |