GF40.15-P-2001A | Herkenning langzaam bandenspanninsverlies, werking | 11.2.99 |
TYPE 210.074 /274 met CODE 475, bandenspanningscontrole
Werking
Bij de bedrijfstoestand "milde waarschuwing" (herinnering, indicatiekleur: "geel") is sprake van een te lage bandenspanning waarbij de veiligheid nog steeds is gewaarborgd. De bestuurder wordt via multifunctionele indicatie (A1p13) op combi-instrument (A1) gevraagd de bandenspanning bij de volgende gelegenheid te corrigeren. Er verschijnt een "milde waarschuwing" als de temperatuurafhankelijke bandenspanning > 0,2 bar en < 0,4 bar lager is dan de opgeslagen normspanning.
Deze waarschuwing verschijnt pas de volgende keer dat het contact wordt ingeschakeld, en wordt ca. 30 sec. weergegeven. De bestuurder wordt zodoende verzocht om de bandenspanning te controleren, zo nodig te corrigeren en vervolgens het systeem bandenspanningscontrole (RDK) opnieuw te activeren.
Als de temperatuurafhankelijk beoordeelde bandenspanning
> 0,4 bar onder de opgeslagen normdruk ligt, wordt een "harde waarschuwing" (indicatiekleur: "rood").
De "harde waarschuwing" wordt direct weergegeven en niet pas de volgende keer dat het contact wordt ingeschakeld. De volgende keer dat het contact wordt ingeschakeld, verschijnt een "milde waarschuwing". De "milde waarschuwing" wordt, zo lang het systeem niet opnieuw wordt geactiveerd, bij elke motorstart gedurende 30 sec. herhaald en verdwijnt vervolgens weer.
De bestuurder wordt verzocht om te stoppen en de toestand van de band te controleren. Het is de verantwoordelijkheid van de bestuurder om te beslissen of de rit met lage snelheid naar de volgende werkplaats wordt voortgezet of dat een reparatie (monteren van het reserewiel of gebruik van TIREFIT) ter plaatse is vereist.