Controlelampje wegrijblokkering
Aansturing van controlelampje door geschakeld plussignaal
(Kl. 15) vanaf regeleenheid WSP. Bij een kortsluiting wordt de uitgang gedeactiveerd en pas na opnieuw inschakelen van het contact wederom vrijgegeven.
PWM-versie (Motor 111)
Het controlelampje wordt ingeschakeld:
gedurende minstens 2 sec. na contact "IN".
Het controlelampje wordt uitgeschakeld:
ca. 2 sec na contact "IN" wanneer de wegrijblokkering is gedeactiveerd,
in geval van een kortsluiting bij de uitgang of
wanneer het contact wordt uitgeschakeld
-----------------------------------------------------------------------------------------
CAN-versie (Motor 601/602)
Het controlelampje wordt ingeschakeld:
na contact "IN" wanneer de wegrijblokkering is geactiveerd of
wanneer de motorelektronica 1 sec. na het inschakelen van het contact geen motorstatus "Vrijgave" heeft verzonden.
Het controlelampje wordt uitgeschakeld:
na het uitschakelen van het contact of
na ontvangst van de motorstatus "Vrijgave".
Aanwijzing
Als gevolg van de samenvoeging van het voorgloeicontrolelampje en het controlelampje wegrijblokkering tot één controlelampje (met voorgloeisymbool) vindt bij normaal bedrijf (gedeactiveerde wegrijblokkering) de volgende aansturing plaats:
Het controlelampje licht op na het inschakelen van het contact en dooft na afloop van de voorgloeitijd. De motor kan hierna worden gestart.
-----------------------------------------------------------------------------------------