S05.10-3004-09
1 | Distributieketting oud | 6 | Tandwiel inlaatnokkenas | |
2 | Distributieketting nieuw | 7 | Tandwiel uitlaatnokkenas | |
3 | Buitenste gedeelte schakel | 8 | Kettinggeleider | |
4 | Middelste gedeelte schakel | 9 | Montagewiggen | |
5 | Klinkverbinding | 10 | Borgstift |
| Uitbouwen | ||
1 | Kettinggeleider (8) in cilinderkop uitbouwen | ||
Gevaar | Kans op levensgevaarlijk letsel bij werkzaamheden aan onderdelen en systemen met een wisselspanning van U >= 30 V (AC) of gelijkspanning van U >= 60 V (DC) | Geen beschadigde of defecte onder spanning staande onderdelen en kabels en niet-geïsoleerde elektrische verbindingen en kabels aanraken. | |
2 | Bougies uitbouwen | ||
| |||
Zodat de motor zonder moeite kan worden rondgedraaid als de nieuwe distributieketting wordt aangebracht | |||
3 | Distributieketting (1) tussen nokkenastandwielen en cilinderkop met behulp van montagewiggen (9) vastzetten | Montagewig | |
4 | Distributieketting doorslijpen | ||
| Inbouwen | ||
5 | Nieuwe distributieketting aanbrengen en vastklinken | ||
Nieuwe ketting aanbrengen door motor aan krukas rond te draaien | |||
Dubbele steeksleutel | |||
Steeksleuteldop | |||
Borgstiften | |||
Opdrukgereedschap | |||
6 | Kettinggeleider in cilinderkop inbouwen | ||
7 | Basisstand van nokkenassen controleren | ||
Basisstand van nokkenassen controleren, zo nodig: | |||
| |||
Basisstand van nokkenassen afstellen | |||
8 | Bougies inbouwen | ||
| |||
9 | Op lekkage controleren |
110 589 03 59 00
Montagewig
111 589 03 15 00
Borgstiften
104 589 01 01 00
Dubbele steeksleutel
000 589 58 43 00
Opdrukgereedschap
001 589 65 09 00
Steeksleuteldop
Verwezen documenten
- ap1510d1580a Bougies vervangen
- ar0100s0120a Motor aan krukas rondtornen
- ar0510s760101a Distributieketting losnemen
- ar0510s760102a Distributieketting vastklinken
- ar0510s8432a Geleider in cilinderkop uit-, inbouwen
- ar0520s6010a Basisstand van de nokkenassen controleren
- ar0520s6020a Basisstand van nokkenassen afstellen
- as0000z003501a Kans op levensgevaarlijk letsel bij werkzaamheden aan onderdelen en systemen met een wisselspanning van U >= 30 V (AC) of gelijkspanning van U >= 60 V (DC)