P82.35-2795-08
P82.35-2796-09
1 | Wisserblad links | Pfeil A | Markeringen ruststand van wisserblad rechts op voorruit | |
2 | Wisserblad rechts | Pfeil B | Markeringen ruststand van wisserblad links op voorruit |
Gevaarlijk! | Brand- en explosiegevaar door het ontbranden van ruitensproeiervloeistof en antivriesmiddel, alsmede de damp ervan. Vergiftigingsgevaar door het binnenkrijgen van ruitenspoeiervloeistof en antivriesmiddel, alsmede door het inademen van de dampen ervan. Kans op letsel door irritatie bij contact van ruitensproeiervloeistof en antivriesmiddel met de ogen, het slijmvlies of de huid. | Beschermende kleding en goed aansluitende veiligheidsbril dragen. Open licht, vuur en ontstekingsbronnen uit de buurt houden. Contact met ogen, slijmvliezen en huid vermijden. Tijdens het werken met ruitensproeiervloeistof en antivriesmiddel niet eten, drinken of roken. Dampen niet inademen, voor toereikende ventilatie zorgen. Ruitensproeiervloeistof en antivriesmiddel alleen in goed afgesloten originele verpakkingen en buiten bereik van kinderen bewaren. | |
Gevaarlijk! | Kans op letsel door bekneld raken, in extreme gevallen door het afknijpen van ledematen bij ingrepen aan het ruiten-wissermechanisme | Voordat enige werkzaamheden aan het ruitenwissermechanisme worden uitgevoerd, moet altijd het contact worden uitgeschakeld en moet de zendersleutel zich buiten het zendbereik van het voertuig worden gelegd (minstens 2 m). | |
Voorbereidende werkzaamheden | |||
1 | Motorkap sluiten | ||
2 | Achterklep, portieren, alsmede zijruiten van bestuurders- en passagiersportier sluiten | ||
3 | Regeleenheid elektronisch contactslot in stand '2' (kl. 15) brengen | ||
Controleren, corrigeren | |||
4 | Werking en afstelling van sproeiers ruitensproeierinstallatie op voorruit controleren | De straal moet in het gemarkeerde gebied op de voorruit terechtkomen. | |
| |||
Zo nodig afstelling corrigeren. | |||
Als de sproeier verstopt zit: | |||
| |||
Tegen afzonderlijke opdracht, sproeier met geschikte naald reinigen en/of met perslucht van binnen naar buiten schoonblazen of sproeier vervangen. | |||
5 | Ruststand wisserblad links (1) en wisserblad rechts (2) controleren | De wisserbladuiteinden moeten op markering 'A' en 'B' (zie pijlen) van de voorruit liggen en mogen hiervan maximaal 10 mm naar boven of naar onderen afwijken. | |
Als ruststand afwijkt: | |||
| |||
Tegen afzonderlijke opdracht, wisserarmen controleren en afstellen. | |||
6 | Afstelling van wisserarmen aan voorruit controleren | | |
Ruitensproeiervloeistof met behulp van ruitensproeierinstallatie op voorruit sproeien en ruitenwissers in hoogste stand zetten. | |||
Bij klachten: | |||
| |||
Klacht tegen afzonderlijke opdracht verhelpen. | |||
Afrondende werkzaamheden | |||
7 | Regeleenheid elektronisch contactslot in stand '0' brengen | ||
8 | Ruitensproeierinstallatie - vloeistofniveau controleren, corrigeren | Alleen bij servicebeurt met plus-pakket. |
Verwezen documenten
- as8230z000101a Kans op letsel door bekneld raken, in extreme gevallen door het afknijpen van ledematen bij ingrepen aan het ruiten-wissermechanisme
- as8235z000101a Brand- en explosiegevaar door het ontbranden van ruitensproeiervloeistof en antivriesmiddel, alsmede de damp ervan. Vergiftigingsgevaar door het binnenkrijgen van ruitenspoeiervloeistof en antivriesmiddel, alsmede door het