1 | Remvloeistofreservoir kring 1 |
2 | Remvloeistofreservoir kring 2 |
G25.20-3223-01
3 | Koppelingshuis |
4 | Ontluchtingsklep |
5 | Ontluchtingsklep |
6 | Koppelingssteller |
7 | Ontluchtingsklep |
8 | Ontluchtingsklep |
9 | Koppelingsbekrachtiger |
G25.20-3226-12
Waarschuwing | Kans op ongevallen door spontaan wegrijden bij draaiende motor. Kans op letsel door bekneld raken en verbranding bij ingrepen tijdens het starten of bij draaiende motor. | Voertuig tegen spontaan wegrijden beveiligen. Gesloten en strak aansluitende werkkleding dragen. Geen hete of roterende onderdelen vastpakken. | |
Voorzichtigheid geboden | Vergiftigingsgevaar door het binnenkrijgen van remvloeistof. Kans op letsel doorhuid- en oogcontact met remvloeistof | Remvloeistof uitsluitend in hiervoor bestemde en als zodanig aangeduide reservoirs doen. Bij het omgaan met remvloeistof beschermende kleding en een veiligheidsbril dragen. | |
Aanwijzing | Aanwijzingen remvloeistof | ||
Remvloeistof in kring 2 verversen | |||
1 | Motorkap openen. | Zie de informatie van de carrosseriebouwer. | |
2 | Motor starten en persluchtsysteem tot uitschakeldruk vullen. | ||
3 | Motor afzetten. | ||
4 | Dop van remvloeistofreservoir kring 2 (2) draaien. | ||
5 | Zeef uit remvloeistofreservoir kring 2 (2) uitbouwen. | ||
6 | Oude remvloeistof uit remvloeistofreservoir kring 2 (2) afzuigen. | De naloopopening in remvloeistofreservoir kring 2 (2) moet met remvloeistof bedekt blijven. | |
7 | Zeef in remvloeistofreservoir kring 2 (2) aanbrengen. | ||
8 | Vulapparaat op remvloeistofreservoir kring 2 (2) aansluiten. | ||
| 000 588 01 82 00 Vulapparaat | ||
| Remvloeistof (DOT 4 plus) | ||
Handleiding van fabrikant aanhouden. | |||
Ontluchtingsaansluiting | |||
9 | Vulapparaat inschakelen en een druk van ca. 1,8 bar instellen. | | |
10 | Stofkap van ontluchtingsklep (4) verwijderen. | ||
11 | Ontluchtingsklep (4) aan koppelingswerkcilinder openen en remvloeistof in een reservoir opvangen. | Ontluchtingsklep (4) geopend laten tot nieuwe remvloeistof zonder dampbellen naar buiten komt. | |
12 | Ontluchtingsklep (4) aan koppelingswerkcilinder sluiten. | ||
13 | Stofkap op ontluchtingsklep (4) aanbrengen. | ||
14 | Vulapparaat uitschakelen en verwijderen. | ||
| Controleren | ||
15 | Vloeistofniveau in remvloeistofreservoir kring 2 (2) controleren, corrigeren. | ||
16 | Dop van remvloeistofreservoir kring 2 (2) vastdraaien. | ||
Remvloeistof in kring 1 verversen | |||
17 | Dop van remvloeistofreservoir kring 1 (1) draaien. | ||
18 | Zeef uit remvloeistofreservoir kring 1 (1) uitbouwen. | ||
19 | Oude remvloeistof uit remvloeistofreservoir kring 1 (1) afzuigen. | De naloopopening in remvloeistofreservoir kring 1 (1) moet met remvloeistof bedekt blijven. | |
20 | Zeef in remvloeistofreservoir kring 1 (1) aanbrengen. | ||
21 | Vulapparaat op remvloeistofreservoir kring 1 (1) aansluiten. | ||
| 000 588 01 82 00 Vulapparaat | ||
| Remvloeistof (DOT 4 plus) | ||
Handleiding van fabrikant aanhouden. | |||
Ontluchtingsaansluiting | |||
22 | Vulapparaat inschakelen en een druk van ca. 1,8 bar instellen. | | |
23 | Stofkappen van ontluchtingskleppen (5, 7, 8) verwijderen. | ||
24 | Ontluchtingsklep (5) aan koppelingssteller (6) openen en remvloeistof in een reservoir opvangen. | Ontluchtingsklep (5) geopend laten tot nieuwe remvloeistof zonder dampbellen naar buiten komt. | |
25 | Ontluchtingsklep (6) aan koppelingssteller sluiten. | ||
26 | Ontluchtingsklep (7) aan koppelingsbekrachtiger (9) openen en remvloeistof in een reservoir opvangen. | Ontluchtingsklep (7) geopend laten tot nieuwe remvloeistof zonder dampbellen naar buiten komt. | |
27 | Ontluchtingsklep (9) aan koppelingsbekrachtiger (9) sluiten. | ||
28 | Ontluchtingsklep (8) aan koppelingsbekrachtiger (9) openen en remvloeistof in een reservoir opvangen. | Ontluchtingsklep (8) geopend laten tot nieuwe remvloeistof zonder dampbellen naar buiten komt. | |
29 | Ontluchtingsklep (8) aan koppelingsbekrachtiger (9) sluiten. | ||
30 | Stofkappen van ontluchtingskleppen (5, 7, 8) aanbrengen. | ||
31 | Vulapparaat uitschakelen en demonteren. | ||
32 | Koppelingspedaal meerdere keren indrukken. | ||
| Controleren | ||
33 | Vloeistofniveau in remvloeistofreservoir kring 1 (1) controleren, corrigeren. | ||
34 | Dop van remvloeistofreservoir kring 1 (1) vastdraaien. | ||
35 | Koppelingsbediening controleren. | ||
36 | Motorkap sluiten. | Zie de informatie van de carrosseriebouwer. |
000 589 03 25 00
Ontluchtingsaansluiting
Verwezen documenten
- ah4250p000101a Aanwijzingen remvloeistof
- ap2520g2910c Koppelingsbediening - vloeistofniveau controleren, corrigeren
- ap2520g2957cm Elektronisch-pneumatische schakeling - koppelingsbediening controleren
- as0000z000501a Kans op ongevallen door spontaan wegrijden bij draaiende motor. Kans op letsel door bekneld raken en verbranding bij ingrepen tijdens het starten of bij draaiende motor.
- as4250z000101a Vergiftigingsgevaar door het binnenkrijgen van remvloeistof. Kans op letsel doorhuid- en oogcontact met remvloeistof
- bb0040p033100a
- ws2500p0016b