Motor | 457.9 in type 374.6, 375.4, 940, 942, 943, 944 |
Motor | 541.9 in type 930, 932, 933, 934, 950.0/1/2/3, 952.0/1/2/3, 953.1/3, 954.0/1/2 |
Motor | 542.9 in type 930, 932, 934, 950.0/1/2, 952.0/1/2/3, 954.0/1/2 |
Motor | 900.9 in type 375.1, 970, 972, 975, 976 |
Motor | 902.9 in type 375.15, 970, 972, 974, 975, 976 |
Motor | 902.9 in type 375.3, 950.5/6, 952.5/6, 953.6, 954.5 |
Motor | 902.9 in type 957.5/6 |
Motor | 904.9 in type 375.1, 970, 972, 975, 976 |
Motor | 904.9 in type 673, 674, 676 |
Motor | 906.9 in type 374.5, 375.3, 950.5/6, 952.5/6, 953.6, 954.5 |
Motor | 906.9 in type 957.5/6 |
Motor | 906.9 in type 970, 972, 974, 975, 976 |
Motor | 924.9 in type 970, 972, 974, 975, 976 |
Motor | 925.9 in type 970, 972, 974 |
Motor | 926.9 in type 950.5/6, 952.5/6, 953.6, 954.5 |
Motor | 926.9 in type 957.38/5/6 |
Afgebeeld bij motor 457.9 |
1 | Luchtaanzuigleiding |
2 | Manchet |
3 | Carterontluchting |
4 | Toevoerleiding luchtcompressor |
N09.00-2024-10
Afgebeeld bij motor 457.9 |
3 | Carterontluchting |
4 | Toevoerleiding luchtcompressor |
N09.00-2025-01
Afgebeeld bij motor 541.9, 542.9 |
1 | Luchtaanzuigleiding |
2 | Manchet |
N09.00-0253-10
Afgebeeld bij motor 541.9, 542.9 |
1 | Luchtaanzuigleiding |
2 | Manchet |
3 | Carterontluchting |
4 | Toevoerleiding luchtcompressor |
N09.00-0270-01
N09.00-0269-01
Afgebeeld bij motor 900.9, 902.9, 904.9, 906.9, 924.9, 925.9, 926.9 |
1 | Luchtaanzuigleiding |
2 | Manchet |
3 | Carterontluchting |
4 | Toevoerleiding luchtcompressor |
N09.00-2003-01
N09.00-2004-01
N09.00-0274-01
N09.00-0275-01
N09.00-0276-01
1 | Luchtaanzuigleiding |
3 | Carterontluchting |
4 | Toevoerleiding luchtcompressor |
1 | Luchtaanzuigleiding |
3 | Carterontluchting |
4 | Toevoerleiding luchtcompressor |
2 | Manchet |
| Controleren | ||
1 | Luchtaanzuigleiding (1) en manchetten (2) van luchtfilter, turboluchtkoeler naar motor op onbeschadigde toestand en op lekkage bij de verbindingen controleren | Op lekkages, beschadigingen en andere toestanden letten (bijvoorbeeld poreusheid, schuurplekken) die een verder gebruik onmogelijk maken. | |
Als schade of gebreken worden vastgesteld | |||
| |||
Schade en gebreken verhelpen, tegen afzonderlijke opdracht | |||
2 | Kabels en slangen van toevoerleiding luchtcompressor (4) en carterontluchting (3) op onbeschadigde toestand en afdichting bij de verbindingen controleren | Op lekkages, beschadigingen en andere toestanden letten (bijvoorbeeld poreusheid, schuurplekken) die een verder gebruik onmogelijk maken. | |
Als schade of gebreken worden vastgesteld | |||
| |||
Schade en gebreken verhelpen, tegen afzonderlijke opdracht | |||
3 | Controleren of alle slangklemmen op juiste wijze zijn aangebracht en vastzitten | Als gebreken worden aangetroffen | |
| |||
Slangklemmen juist inbouwen, natrekken of vervangen, tegen afzonderlijke opdracht | |||
4 | Alle houders van luchtaanzuigleidingen (1), turboluchtkoeler en luchtfilter op beschadiging en vastzitten controleren | Als schade of gebreken worden vastgesteld | |
| |||
Schade en gebreken verhelpen, tegen afzonderlijke opdracht |