Fusees van vooras en, zo nodig, van gestuurde sleepas |
N33.25-2009-06
Kruiskoppelingen van cardanassen (aandrijflijn en PTO) |
N41.10-2020-01
Aanhangwagenkoppeling |
N31.10-2240-03
Smeren | |||
1 | Smeerpunten van speciale opbouwoplossingen en bijbehorende aggregaten en cardanassen smeren. | Alleen bij voertuigen met speciale opbouw of extra aggregaten. | |
Tegen afzonderlijke opdracht en conform de onderhoudshandleiding van de fabrikant. | |||
2 | Afdekkappen van smeernippels uitbouwen. | Indien ingebouwd. | |
3 | Smeernippels reinigen. | ||
4 | Aanhangwagenkoppeling openen. | Met code Q7J, aanhangwagenkoppeling standaard, D40, Ringfeder, of met code Q7K, aanhangwagenkoppeling standaard, D40, Rockinger | |
| |||
5 | Smeerpunten smeren. | ||
| Multipurpose vet (NLGI-klasse 2) | ||
Als een hogedrukvetspuit wordt gebruikt, mag de smeerdruk maximaal 180 bar bedragen. | |||
6 | Cardanassen smeren. | ||
| Cardanasvet | ||
| |||
Als een hogedrukvetspuit wordt gebruikt, mag de smeerdruk maximaal 180 bar bedragen. | |||
7 | Naar buiten gekomen vet verwijderen. | ||
8 | Afdekkappen van smeernippels inbouwen. | Indien van tevoren uitgebouwd. |