Het Auto-Pilot-System is een systeem dat de chauffeur behulpzaam is bij het vinden van plaatsen of straten.
Nadat de gewenste bestemming door de chauffeur is ingevoerd, wordt deze automatisch opgezocht door het Auto-Pilot-System, waarna de chauffeur naar deze bestemming wordt geleid. Het Auto-Pilot-System bestaat uit de volgende componenten:
Navigatiecomputer APS (A85)
Radio- en navigatiebedieningspaneel APS (A9)
Omwentelingensensor ABS linksachter (B81)
Omwentelingensensor ABS rechtsachter (B82)
Antenne Global Positioning System (W35) of
Antenne Global Positioning System met GSM (W36)
Achteruitrijlichtschakelaar (S19, mechanische wisselbak) of
positieschakelaar (S75, automatische wisselbak)
De navigatiecomputer APS (A85) is de hoofdcomponent van het Auto-Pilot-System.
De computer kan de chauffeur naar vrijwel elke gewenste plaats in Duitsland en diverse andere landen in Europa leiden. De navigatiecomputer APS (A85) werkt met digitale landkaarten die op een CD-ROM zijn opgeslagen.
Aan de hand van de informatie van de wieldraaisnelheidssensors achter (B81, B82) en de in de navigatiecomputer APS (A85)
geïntegreerde richtingssensor (gyrosensor) berekent het APS-systeem voortdurend de locatie van de wagen, de wagenrichting en de afstand tot de bestemming.
Bovendien ontvangt het APS-systeem ook positiegegevens van GPS-satellieten waarmee de plaatsbepaling van de wagen zo nodig kan worden gecorrigeerd.
Aan de hand van deze gegevens verstrekt de navigatiecomputer APS (A85) de nodige rij-instructies die aan het radio- en navigatiebedieningspaneel (A9) worden doorgegeven om te worden weergegeven.
Op het radio- en navigatiebedieningspaneel (A9) worden alle instellingen en systeemcommando's ingevoerd.
De basisfunctie van het systeem is een voortdurende plaatsbepaling. De navigatiefunctie wordt gestart vanaf het radio- en navigatiebedieningspaneel APS (A9) en omvat de eigenlijke bestemmingsgeleiding.
De rij-instructies worden akoestisch via de wagenluidsprekers en visueel via een display op het radio- en navigatiebedienings-paneel APS (A9) weergegeven.
De gegevensuitwisseling tussen navigatiecomputer APS (A85) en het radio- en navigatiebedieningspaneel APS (A9) verloopt via de CAN-databus.
Het APS-systeem functioneert alleen als er een CD-ROM is aangebracht.