Om er zeker van te zijn dat het instrument goed werkt, verricht de elektronica in de FTCO controles op:
Spanningsonderbrekingen
Functiestoringen in het impulssensorsysteem
Spanningsonderbreking
Spanningsonderbrekingen, zoals bij het losnemen van de accu, worden opgenomen door de elektronica.
Als er weer spanning is, het contact is ingeschakeld en de tachograafschijf van de chauffeur is aangebracht, slaat de snelheidsnaald binnen twee minuten 15 maal uit tot de eindwaarde van de wijzerschaal. Vervolgens keert de wijzer terug naar de nulpositie.
Functiestoring in impulssensorsysteem
Functiestoringen van dit type worden bij ingeschakeld contact en aangebrachte tachograafschijf chauffeur alleen tijdens stilstand van de wagen (tijdens de rit vindt een normale snelheidsindicatie plaats) of tijdens het rijden en tijdens stilstand van de wagen door een ritmische uitslag van de snelheidsnaald van 0 ... 30 km/h aangegeven.
De wijzer slaat één keer per 8 sec. uit.