gf8285p2011c

TV, werking

Type gf · thema 82.85 · versie 0102 · 2001-07-12

Geldig voor: TYPE 208, 210 (behalve 208.4, 210.2) met CODE (352a), bedienings- en indicatiesysteem COMAND behalve CODE (498), exportuitvoering Japan

Plaats

Functiegroep 3 Opbouw/carrosserie › 82 Elektrische installatie, opbouw/carrosserie › 82.85 Navigatie- en communicatiesystemen — Serie 208 (modellen 3**) · Serie 210 (modellen 0**, 6**)

GF82.85-P-2011C

TV, werking

9.2.99

TYPE 208, 210 (behalve 208.4, 210.2)
met CODE (352a), bedienings- en indicatiesysteem COMAND
behalve CODE (498), exportuitvoering Japan

Diagnosetest-aansluiting (X11/4)

Navigatie-computer

Antenneversterker achterruit
linksboven (A2/8)

Diagnose

Verkeersinformatie-geheugen (A2/43)

Centrale comp. en verwerking grafische signalen

Antenneversterker achterruit
rechtsonder (A2/25)

Radiotuner

Verwerking audiosignalen

Combi-instrument (A1)

Multifunctioneel stuur

Autoluidsprekers

TV-tuner
(A2/42)

RGBS

Antenneversterker
achterruit rechtsboven (A2/9)

Laagfr. sign. (TV-geluid)

TV4

TV3

TV1/2

CD-loopwerk

Bedienings-,
indicatie- en
regeleenheid COMAND (A40/3)

Laagfr. sig.

RB-CAN

CAN-
(A40/3-A1)

Blokschema COMAND-TV-systeem

De gemarkeerde onderdelen zijn de belangrijkste componenten van de TV.

RGB Rood-Groen-Blauw-Synchroon-signalen

TV1..4 TV-antenne

Afkortingen:

NF Lage frequentie (20 Hz ... 20 kHz)

RB-CAN Robert-Bosch-CAN

Bouw van TV-systeem

In het TV-systeem werken de volgende componenten samen:

Bedienings-, indicatie- en regeleenheid COMAND (A40/3)

TV-tuner (A2/42) met ingebouwde videodecoder

TV-antennes van achterruit in combinatie met de antenneversterkermodule achterruit (A2/12)

Navigatiecomputer voor het doorgeven van opdrachten van de bedienings-, indicatie- en regeleenheid COMAND (A40/3) via het RB-CAN en voor het genereren van bedieningsschermen.

Het COMAND-TV-systeem biedt bovendien de mogelijkheid om extra videocomponenten, zoals een videorecorder en een camcorder aan te sluiten. De TV-tuner (A2/42) is reeds voorzien van de betreffende aansluitingen. Het TV-systeem kan ook vanaf de achterbank worden bediend met de afstandsbediening.

Aansturing van TV-systeem

De TV-tuner (A2/42) wordt door de bedienings-, indicatie- en regeleenheid COMAND (A40/3) aangestuurd.

-------------------------------------------------------------------------------------------

De databerichten worden vanaf de bedienings-, indicatie- en regeleenheid COMAND (A40/3) via het RB-CAN naar de TV-tuner (A2/42) verstuurd.

TV-ontvangst

De vier TV-antennes in de achterruit ontvangen onafhankelijk van elkaar de TV-signalen. Deze signalen worden door de antenneversterkermodule achterrruit (A2/12) versterkt en via vier coaxkabels aan de TV-tuner (A2/42) doorgegeven.

De TV-tuner (A2/42) selecteert het sterkste van de vier antennesignalen (antennediversity). Vervolgens filtert deze de geselecteerde TV-zender uit het ontvangen signaalspectrum en worden de TV-video- en TV-audiosignalen in de videocorder gemoduleerd.

De signalen worden als Rood-, Groen-, Blauw- en Synchroon-signalen (RGBS) en als laagfrequente-geluidssignalen elk via een afzonderlijke kabel aan de bedienings-, indicatie- en regeleenheid COMAND (A40/3) doorgegeven.

-------------------------------------------------------------------------------------------

Genereren van bedienings- en invoerschermen

De bedienings- en invoerschermen voor het TV-systeem worden door de navigatiecomputer als RGB-kleurenbeeldsignalen (R=Rood, G=Groen, B=Blauw) gegenereerd en op het display van de bedienings-, indicatie- en regeleenheid COMAND (A40/3) weergegeven.

Het TV-beeld wordt uitsluitend op het display van de bedienings- en indicatie-eenheid weergegeven als de snelheid van de wagen minder dan 8 km/h bedraagt.

De informatie hierover wordt doorgegeven via het CAN-interieur.

Genereren en weergave van TV-geluid

De TV-tuner (A2/42) met ingebouwde videodecoder geeft het gedemoduleerde TV-audiosignaal via afzonderlijke kabels voor het linker- en rechterstereokanaal aan de bedienings-, indicatie- en regeleenheid COMAND (A40/3) door. Daar worden de signalen versterkt en door de autoluidspreker in akoestische signalen omgezet.

TV-mute (vanaf 01.06.01)

De mutetoestand van de audiobronnen blijft behouden als deze voor het uitschakelen zijn geactiveerd.

Mute-toestand op TV-scherm weergeven

Als de functiemute is ingeschakeld, wordt rechtsboven op het display een symbool weergegeven.

Om te zorgen dat de mutetoestand op het TV-scherm kan worden weergegeven, dient de mutestatus door een nieuw gegenereerde opdracht naar de TV-tuner worden gestuurd.

De instelling die vóór het uitschakelen van het contact is ingesteld blijft van kracht als het contact opnieuw wordt ingeschakeld.

Als de wagen met het Sound System (code 810) is uitgerust, wordt de gesproken informatie door de COMAND-audiosignaalverwerking analoog aan de versterker voor Sound System (N40/3) doorgegeven, daar versterkt en vervolgens via de autoluidsprekers weergegeven.

Bedienings- en indicatie-eenheid met regeleenheid, plaatsing/functie/bouw/werking

GF82.85-P-3114E

Antenneversterker audio/TV, plaatsing/functie/bouw/werking

Geldig voor antenneversterker achterruit linksboven (A2/8),

GF82.62-P-3104B

Geldig voor antenneversterker achterruit rechtsonder (A2/25),

GF82.62-P-3104C

Geldig voor antenneversterker achterruit rechtsboven (A2/9),

GF82.62-P-3104E

Verwezen documenten