TYPE | 124, 129, 140, 210 |
met achterasmiddenstuk-Ø 210 mm | |
TYPE | 124, 129, 170, 201, 202, 203, 208, 210 |
met achterasmiddenstuk-Ø 185 mm | |
TYPE | 124, 170, 201, 202, 210 |
met achterasmiddenstuk-Ø 168 mm | |
TYPE | 129, 140, 202, 203, 208, 210, 220.063/065/067/083/084/087/165/167/183/184/187 |
met achterasmiddenstuk-Ø 198 mm | |
TYPE | 129, 140 |
met achterasmiddenstuk-Ø 210 mm, verstevigd achterasmiddenstuk | |
TYPE | 209 |
met achterasmiddenstuk-Ø 187/210E/211E mm |
Controlewaarden achterasmiddenstuk tandwielgroep |
Nummer | Omschrijving | TYPE 124 | TYPE 129 | |
BE35.31-P-1001-03A | Toelaatbare afwijking ten opzichte van aangegeven afstelmaat aan voorzijde van pignon | mm | –0,02/+0,01 | –0,02/+0,01 |
BE35.31-P-1002-03A | Tandflankspeling tussen pignon en kroonwiel | mm | 0,08–0,14 | 0,08–0,14 |
BE35.31-P-1003-03A | Verhittingstemperatuur van kroonwiel voor inbouw | °C | 75–85 | 75–85 |
Controlewaarden achterasmiddenstuk tandwielgroep |
Nummer | Omschrijving | TYPE 140 | TYPE 170 | |
BE35.31-P-1001-03A | Toelaatbare afwijking ten opzichte van aangegeven afstelmaat aan voorzijde van pignon | mm | –0,02/+0,01 | –0,02/+0,01 |
BE35.31-P-1002-03A | Tandflankspeling tussen pignon en kroonwiel | mm | 0,08–0,14 | 0,08–0,14 |
BE35.31-P-1003-03A | Verhittingstemperatuur van kroonwiel voor inbouw | °C | 75–85 | 75–85 |
Controlewaarden achterasmiddenstuk tandwielgroep |
Nummer | Omschrijving | TYPE 201 | TYPE 202 | |
BE35.31-P-1001-03A | Toelaatbare afwijking ten opzichte van aangegeven afstelmaat aan voorzijde van pignon | mm | –0,02/+0,01 | –0,02/+0,01 |
BE35.31-P-1002-03A | Tandflankspeling tussen pignon en kroonwiel | mm | 0,08–0,14 | 0,08–0,14 |
BE35.31-P-1003-03A | Verhittingstemperatuur van kroonwiel voor inbouw | °C | 75–85 | 75–85 |
Controlewaarden achterasmiddenstuk tandwielgroep |
Nummer | Omschrijving | TYPE 203 | TYPE 208 | |
BE35.31-P-1001-03A | Toelaatbare afwijking ten opzichte van aangegeven afstelmaat aan voorzijde van pignon | mm | –0,02/+0,01 | –0,02/+0,01 |
BE35.31-P-1002-03A | Tandflankspeling tussen pignon en kroonwiel | mm | 0,10–0,16 | 0,08–0,14 |
BE35.31-P-1003-03A | Verhittingstemperatuur van kroonwiel voor inbouw | °C | 75–85 | 75–85 |
Controlewaarden achterasmiddenstuk tandwielgroep |
Nummer | Omschrijving | TYPE 209 | TYPE 210 | |
BE35.31-P-1001-03A | Toelaatbare afwijking ten opzichte van aangegeven afstelmaat aan voorzijde van pignon | mm | –0,02/+0,02 | –0,02/+0,01 |
BE35.31-P-1002-03A | Tandflankspeling tussen pignon en kroonwiel | mm | 0,10–0,16 | 0,08–0,14 |
BE35.31-P-1003-03A | Verhittingstemperatuur van kroonwiel voor inbouw | °C | 75–85 | 75–85 |
Controlewaarden achterasmiddenstuk tandwielgroep |
Nummer | Omschrijving | TYPE 220.063/065/067/083/084/087/165/167/183/184/187 | |
BE35.31-P-1001-03A | Toelaatbare afwijking ten opzichte van aangegeven afstelmaat aan voorzijde van pignon | mm | –0,02/+0,01 |
BE35.31-P-1002-03A | Tandflankspeling tussen pignon en kroonwiel | mm | 0,08–0,14 |
BE35.31-P-1003-03A | Verhittingstemperatuur van kroonwiel voor inbouw | °C | 75–85 |