AR82.61-P-7486A | Ingave van wiel-, bandencombinaties (APS) | 15.11.95 |
TYPE 210.037 tot 31.3.96 met CODE (351) Auto-Pilot-System (APS)
P82.61-0218-06
01 Cartridge met CD-ROM
A Spoorbreedte
B Calibreerafstand >100 m
Ingave | |||
| Voor ingave van wiel-, bandencombinaties, die van de serie afwijken, moet de APS-test-CD in plaats van de navigatie-CD inge-legd worden | CD-cartridge (A) alleen in het apparaat leggen, wordt automatisch in het apparaat getrokken. Na ca. 4 s verschijnt het installatie- en cali-breerprogramma op het display van de radio en navigatiebedieningsgedeelte, APS (A2/29). Met behulp van het door de bediener ge-leide calibreer-programma kunnen de wiel-, bandencombinaties vastgelegd worden. Voor de vervolghandelingen zijn daarom alleen de displays voor de toegang en de ingave vermeld | |
1 | Menue „KUNDENDIENST SW” kiezen | Bevestigen door op de geluidssterkte-draaiknop te drukken | |
2 | Programma verder afwerken tot de displayindicatie tot het vervolgmenue „FAHRZEUGTYP WÄHLEN” | ||
3 | Menuepunt „GEÄNDERTES FAHRWERK” kiezen | Bevestigen door op de geluidssterkte-draaiknop te drukken | |
4 | Programma verder afwerken tot de displayindicatie „SPURWEITE IN MM:” | ||
5 | Gemeten spoorbreedte (A) ingeven | De spoorbreedte (A) wordt van wiel-midden tot wielmidden gemeten. Cijfers voor de ingave met de cursor-toets kiezen, vervolgens ingave bevestigen door langer op de geluidssterktedraaiknop (ca. 4 s) te drukken | |
6 | Programma verder afwerken tot het vervolgmenue „REIFENWERTE ERMITTELN” | ||
7 | Menuepunt „ANDERER REIFENTYP” kiezen | Bevestigen door op de geluidssterkte-draaiknop te drukken | |
8 | Programma verder afwerken tot de displayindicatie „LÄNGE DER KALIBRIERSTRECKE” | Lengte van calibreerafstand (B) in m ingeven Calibreerafstand (B) moet > 100 m en recht zijn, hoe langer deze afstand is, hoe nauwkeuriger de calibrering Cijfers voor de waarde-ingave met de cur-sor-toets kiezen, vervolgens de ingave be-vestigen door langer op de geluidssterk-teknop (ca. 4 s) te drukken | |
9 | Programma tot de display-indicatie BITTE WÄHLEN verder afwerken | Als na het rijden van de calibreeraf-stand een storingsmelding in de display-indicatie verschijnt, moeten de wielimpul-sen gecontroleerd worden, zie | |
Diagnose-Handbuch | |||
10 | Na ingave van wiel-, bandencombinaties menuepunt „START NAVIGATION 100” kiezen | Bevestigen door op de geluidssterkte-draaiknop te drukken Navigatie-CD inleggen en systeem starten |