ar0530w410001b

Klepterugstand ten opzichte van cilinderkop meten

Type ar · thema 05.30 · versie 0208 · 2006-04-20

Geldig voor: MOTOR 541.9 MOTOR 542.9

Plaats

Functiegroep 1 Motor › 05 Distributie › 05.30 Kleppen

EinPAS 15 Motor › 15.17 Distributie/motorregeling › 15.17.30 distributie

Geldt ook voor motoren/versnellingsbakken: 541 9**, 542 9**

AR05.30-W-4100-01B

Klepterugstand ten opzichte van cilinderkop meten

Controlewaarden kleppen

Nummer

Omschrijving

Motor 541.9, 542.9

BE05.30-N-1001-01C

Klepterugstand ten opzichte van
pasvlak cilinderkop

mm

0,70...1,05

Klepterugstand ten opzichte van cilinderkop meten
Klepterugstand ten opzichte van cilinderkop meten

001 589 53 21 00

541 589 00 40 00

Meetklokstatief

Meetklok

Klepterugstand ten opzichte van cilinderkop meten

W05.30-1085-06

1 Meetklok (5) op meetklokstatief (4) monteren.

2 Meetklok (5) met voorspanning op bewerkingsvlak van cilinderkop (1) zetten.

Als het om een cilinderkop (1) met inductieverhardingen gaat, moet
meetklokstatief (4) met meetklok (5) op de effen vlakken tussen de inductieverhardingen staan.

3 Schaal van meetklok (5) op "0" zetten.

4 Meetklok (5) met meetklokstatief (4) zover verschuiven dat de tastpen zich op de klepschotel van inlaatklep (2) of uitlaatklep (3) bevindt.

Klepterugstanden (B) bij beide inlaatkleppen (2) en uitlaatkleppen (3) meten. Voor elke meting de schaal van meetklok (5) op "0" zetten.

5 Waarde op schaal van meetklok (5) aflezen en noteren.

De klepterugstand (B) moet bij het kleppenpaar van inlaatkleppen (2) of uitlaatkleppen (3) binnen de toegestane tolerantiegrenzen liggen.