ar0530d351002a

Klepveren en kleprubbers uit-, inbouwen

Type ar · thema 05.30 · versie 0106 · 1998-06-19

Geldig voor: MOTOR 601 /943, 602 /983 /980 /984 /985, 603

Plaats

Functiegroep 1 Motor › 05 Distributie › 05.30 Kleppen — Serie 601 · Serie 602

EinPAS 15 Motor › 15.17 Distributie/motorregeling › 15.17.30 distributie — Serie 601 · Serie 602

Geldt ook voor motoren/versnellingsbakken: 603 ***

AR05.30-D-3510-02A

Klepveren en kleprubbers uit-, inbouwen

Klepveren en kleprubbers uit-, inbouwen
Klepveren en kleprubbers uit-, inbouwen
Klepveren en kleprubbers uit-, inbouwen
Klepveren en kleprubbers uit-, inbouwen

601 589 01 59 00

603 589 01 40 00

Blokkeerwiel

Montageplaat

111 589 25 61 00

Koffer montagegereedschap kleppen

606 589 00 37 00

Tang

Klepveren en kleprubbers uit-, inbouwen

P05.00-0024-01

1.1 Bij uitgebouwde cilinderkop:
Cilinderkop met vier cilinderkopbouten (zie pijlen) op de montageplaat 601 589 01 59 00 schroeven.

Alleen bij uitgebouwde cilinderkop

Klepveren en kleprubbers uit-, inbouwen

P05.20-0342-01

1.2 Bij ingebouwde cilinderkop: Blokkeerwiel (01) aanbrengen.

Klepveren en kleprubbers uit-, inbouwen

D05.30-0008-01

2 Een passende geleidingsbus (11) in de dopstoterboring aanbrengen, raster met gewrichtlager met een passende vork (17) in de schroefdraad van de nokkenaslagerkap draaien en richten.

Niet de schroefdraad van het kleppendeksel gebruiken, aangezien het kleppendeksel met zelfborgende bouten wordt gemonteerd.

Klepveren en kleprubbers uit-, inbouwen

D05.30-0060-01

3 Drukvork (6) met handgreep (3) monteren

4 Montagepatroon (9) in de geleidingsbus (11) aanbrengen, de drukvork (6) in het contralager (18) aanbrengen en tegen de pen van de montagepatroon (9) plaatsen.

5 Lichte druk op de drukvork (6) en de gekartelde bout uitoefenen, tegelijkertijd de gekartelde bout van de montagepatroon (9) langzaam draaien (zie pijl), tot de binnenliggende fixeerpen met zijn punten merkbaar tussen de klepspieën valt.

Klepveren en kleprubbers uit-, inbouwen

D05.30-0061-01

6 Met de duim lichte druk op de gekartelde bout van de montagepatroon (9) geven en de drukvork (6) tot aan de aanslag naar beneden drukken (indien nodig verlengstuk gebruiken). De klepspieën worden automatisch uitgebouwd.

7 De drukvork (6) ontspannen en afnemen.

8 De montagepatroon (9) met de uitgebouwde klepspieën uitnemen.

De klepspieën kunnen tot aan de montage in de montagepatroon blijven, wanneer echter alle klepveren resp. kleppen uitgebouwd dienen te worden, bijv. bij uitgebouwde cilinderkop, dan kunnen de klepspieën door de gekartelde bout uit de montagepatroon te trekken, uitgenomen worden.

Klepveren en kleprubbers uit-, inbouwen

D05.30-0011-01

9 Controleren, of de klepspieën zich in de montagepatroon (9) bevinden, indien nodig bewerkingsstappen 4 t/m 7 herhalen.

10 Geleidingsbus (11) uitnemen.

Klepveren en kleprubbers uit-, inbouwen

D05.30-0005-01

11 Klepveerschotel boven (3) en klepveer (4) uitbouwen.

Klepveren en kleprubbers uit-, inbouwen

D05.30-0006-01

12 Kleprubber (5) met tang van de klepsteel trekken.

13 De klepveerschotel onder uitnemen, op inkepingen controleren, indien nodig vernieuwen en weer aanbrengen. De klepsteel op braamvorming controleren, indien nodig bramen verwijderen.

Klepveren en kleprubbers uit-, inbouwen

D05.30-0007-01

14 De beschermkap (12) (in de onderdelenset opgenomen) op de klepsteel (6) aanbrengen en goed inoliën.

15 Een nieuw kleprubber (5) in de montagestempel schuiven en tot aan de aanslag op de klepsteel (6) drukken.

16 Beschermkap (12) afnemen.

Klepveren en kleprubbers uit-, inbouwen

D05.30-0008-01

17 Klepveer en bovenste klepveerschotel aanbrengen.

18 Geleidingsbus (11) in de cilinderkop aanbrengen

Klepveren en kleprubbers uit-, inbouwen

D05.30-0062-01

19 De montagepatroon (9) met aangebrachte klepspieën in de geleidingsbus (11) aanbrengen, de drukvork (6) in het contralager (18) aanbrengen en op de beide pennen van de montagepatroon (9) licht drukken.

20 De drukvork (6) naar beneden drukken (zie pijl). De gekartelde bout van de montagepatroon (9) naar boven trekken (zie pijl), tegelijkertijd de drukvork ontspannen. (Klepspieën zijn hiermee ingebouwd.)

Klepveren en kleprubbers uit-, inbouwen

D05.30-0013-01

21 Controleren, of de klepspieën (9) goed zitten, indien nodig bewerkingsstappen 2 t/m 8 en 17 t/m 19 herhalen.

22 Alle speciaalgereedschap aan de cilinderkop afnemen.