ap8235p8252e

Ruitenwissers, ruitensproeierinstallatie - werking controleren

Type ap · thema 82.35 · versie 0101 · 2018-05-14

Geldig voor: Type 177

Plaats

Functiegroep 3 Opbouw/carrosserie › 82 Elektrische installatie, opbouw/carrosserie › 82.35 Ruitesproeierinstallatie — Serie 177

EinPAS 36 Zicht › 36.30 Wissen/sproeien › 36.30.1 Basisinformatie — Serie 177

AP82.35-P-8252E

Ruitenwissers, ruitensproeierinstallatie - werking controleren

23.04.2018

Type

177

Ruitenwissers, ruitensproeierinstallatie - werking controleren

P82.35-2848-08

Afgebeeld bij type 177.045, sproeibeeld bij voorruit

Ruitenwissers, ruitensproeierinstallatie - werking controleren

P82.35-2854-09

Afgebeeld bij type 177.045

1

Wisserblad voorruit links

2

Wisserblad voorruit rechts

Ruitenwissers, ruitensproeierinstallatie - werking controleren

Afgebeeld bij type 177.045

3

Wisserblad achterruit

P82.35-2855-06

Waarschuwing

Kans op letsel door bekneld raken, in extreme gevallen door het afknijpen van ledematen bij ingrepen aan het ruiten-wissermechanisme

Voordat enige werkzaamheden aan het ruitenwissermechanisme worden uitgevoerd, moet altijd het contact worden uitgeschakeld en moet de zendersleutel zich buiten het zendbereik van het voertuig worden gelegd (minstens 2 m).

AS82.30-Z-0001-01A

Gevaar

Brand- en explosiegevaar door het ontbranden van ruitensproeiervloeistof en antivriesmiddel, alsmede de damp ervan. Vergiftigingsgevaar door het binnenkrijgen van ruitenspoeiervloeistof en antivriesmiddel, alsmede door het inademen van de dampen ervan. Kans op letsel door irritatie bij contact van ruitensproeiervloeistof en antivriesmiddel met de ogen, het slijmvlies of de huid.

Beschermende kleding en goed aansluitende veiligheidsbril dragen. Open licht, vuur en ontstekingsbronnen uit de buurt houden. Contact met ogen, slijmvliezen en huid vermijden. Tijdens het werken met ruitensproeiervloeistof en antivriesmiddel niet eten, drinken of roken. Dampen niet inademen, voor toereikende ventilatie zorgen. Ruitensproeiervloeistof en antivriesmiddel alleen in goed afgesloten originele verpakkingen en buiten bereik van kinderen bewaren.

AS82.35-Z-0001-01A

Voorbereidende werkzaamheden

1

Motorkap sluiten.

2

Achterklep, portieren, schuifdak en zijruiten sluiten.

3

Regeleenheid elektronisch contactslot in stand '2' (kl. 15) brengen.

Controleren, corrigeren

4

Werking en afstelling van sproeiers ruitensproeierinstallatie op voorruit controleren.

Als de straal niet in het gemarkeerde gebied op de voorruit terechtkomt:

Zo nodig afstelling corrigeren.

Als een sproeier verstopt zit:

Sproeier reinigen en/of met perslucht van binnen naar buiten doorblazen of sproeier vervangen.

Tegen afzonderlijke opdracht.

5

Werking van sproeier ruitensproeierinstallatie achterruit controleren.

Als de sproeier verstopt zit:

Sproeier reinigen en/of met perslucht van binnen naar buiten doorblazen of sproeier vervangen.

Tegen afzonderlijke opdracht.

6

Ruststand wisserblad links (1) en wisserblad rechts (2) op voorruit controleren

De wisserbladuiteinden moeten op markering 'A' en 'B' (zie pijlen) van de voorruit liggen en mogen hiervan maximaal 10 mm (0,39 inch) naar boven of naar onderen afwijken.

Als de wisserbladuiteinden van de ruststand afwijken:

Wisserarmen controleren en afstellen.

Tegen afzonderlijke opdracht.

7

Ruitensproeiervloeistof met behulp van ruitenwisserinstallatie op voorruit sproeien.

8

Ruitenwissers van voorruit in hoogste stand zetten.

9

Afstelling van wisserarmen aan voorruit controleren.


Wisserblad links (1) en wisserblad rechts (2) mogen niet tegen A-stijl of winddeflector aan stoten.
Anders kan schade ontstaan.

Als klachten optreden:

Klachten verhelpen.

Tegen afzonderlijke opdracht.

10

Ruststand wisserblad achterruit (3) op achterruit controleren.

Wisserbladuiteinde moet op markering 'C' (zie pijl) van achterruit liggen en mag maximaal 10 mm (0,39 inch) naar boven of onder afwijken.

Als het wisserbladuiteinde van de ruststand afwijkt:

Wisserarm controleren en afstellen.

Tegen afzonderlijke opdracht.

11

Ruitensproeiervloeistof met behulp van ruitenwisserinstallatie op achterruit sproeien.

12

Ruitenwissers van achterruit in hoogste stand zetten.

13

Afstelling van wisserarm bij achterruit controleren.


Wisserblad achterruit (3) mag niet tegen achterklep aan stoten.
Anders kan schade ontstaan.

Als klachten optreden:

Klachten verhelpen.

Tegen afzonderlijke opdracht.

Afrondende werkzaamheden

14

Regeleenheid elektronisch contactslot in stand '0' brengen.

15

Vloeistofniveau van ruitenwisserinstallatie controleren, corrigeren.

Alleen bij servicebeurt met plus-pakket.

AP82.35-P-8210D

Verwezen documenten