P82.35-2823-08
Afgebeeld bij type 213.0, sproeibeeld bij voorruit |
P82.35-2828-09
Afgebeeld bij type 213.0 |
1 | Wisserblad links | 2 | Wisserblad rechts |
Waarschuwing | Kans op letsel door bekneld raken, in extreme gevallen door het afknijpen van ledematen bij ingrepen aan het ruiten-wissermechanisme | Voordat enige werkzaamheden aan het ruitenwissermechanisme worden uitgevoerd, moet altijd het contact worden uitgeschakeld en moet de zendersleutel zich buiten het zendbereik van het voertuig worden gelegd (minstens 2 m). | |
Gevaar | Brand- en explosiegevaar door het ontbranden van ruitensproeiervloeistof en antivriesmiddel, alsmede de damp ervan. Vergiftigingsgevaar door het binnenkrijgen van ruitenspoeiervloeistof en antivriesmiddel, alsmede door het inademen van de dampen ervan. Kans op letsel door irritatie bij contact van ruitensproeiervloeistof en antivriesmiddel met de ogen, het slijmvlies of de huid. | Beschermende kleding en goed aansluitende veiligheidsbril dragen. Open licht, vuur en ontstekingsbronnen uit de buurt houden. Contact met ogen, slijmvliezen en huid vermijden. Tijdens het werken met ruitensproeiervloeistof en antivriesmiddel niet eten, drinken of roken. Dampen niet inademen, voor toereikende ventilatie zorgen. Ruitensproeiervloeistof en antivriesmiddel alleen in goed afgesloten originele verpakkingen en buiten bereik van kinderen bewaren. | |
Voorbereidende werkzaamheden | |||
1 | Motorkap sluiten. | ||
2 | Achterklep, portieren en zijruiten sluiten | ||
3 | Regeleenheid elektronisch contactslot in stand '2' (kl. 15) brengen. | ||
Controleren, corrigeren | |||
4 | Werking en afstelling van ruitenwisserinstallatie controleren. | Als de straal niet in het gemarkeerde gebied terechtkomt: | |
| |||
Afstelling corrigeren. | |||
Als een sproeier verstopt zit: | |||
| |||
Sproeier reinigen en/of met perslucht van binnen naar buiten doorblazen of sproeier vervangen. | |||
Tegen afzonderlijke opdracht. | |||
5 | Ruststand wisserblad links (1) en wisserblad rechts (2) op voorruit controleren. | De wisserbladuiteinden moeten op markering 'A' en 'B' (zie pijlen) van de voorruit liggen en mogen hiervan maximaal 10 mm (0,39 inch) naar boven of naar onderen afwijken. | |
Als de ruststand afwijkt: | |||
| |||
Wisserarmen controleren en afstellen. | |||
Tegen afzonderlijke opdracht. | |||
6 | Ruitensproeiervloeistof met behulp van ruitenwisserinstallatie op voorruit sproeien. | ||
7 | Ruitenwissers in hoogste stand zetten. | ||
8 | Afstelling van wisserarmen aan voorruit controleren. | | |
Als klachten optreden: | |||
| |||
Klachten verhelpen. | |||
Tegen afzonderlijke opdracht. | |||
Afrondende werkzaamheden | |||
9 | Regeleenheid elektronisch contactslot in stand '0' brengen. | ||
10 | Vloeistofniveau van ruitenwisserinstallatie controleren, corrigeren. | Alleen bij servicebeurt met plus-pakket. | |
Verwezen documenten
- ap8235p8210c Ruitensproeierinstallatie - vloeistofniveau controleren, corrigeren
- as8230z000101a Kans op letsel door bekneld raken, in extreme gevallen door het afknijpen van ledematen bij ingrepen aan het ruiten-wissermechanisme
- as8235z000101a Brand- en explosiegevaar door het ontbranden van ruitensproeiervloeistof en antivriesmiddel, alsmede de damp ervan. Vergiftigingsgevaar door het binnenkrijgen van ruitenspoeiervloeistof en antivriesmiddel, alsmede door het