P82.35-2469-06
Afgebeeld bij type 164.8 |
P82.35-2714-11
Pfeil C | Markeringen ruststand van wisserblad op voorruit |
P82.30-3090-11
S1s7 | Schakelaar koplampreinigingsinstallatie |
P82.15-2161-01
| Controleren | ||
Gevaarlijk! | Brand- en explosiegevaar door het ontbranden van ruitensproeiervloeistof en antivriesmiddel, alsmede de damp ervan. Vergiftigingsgevaar door het binnenkrijgen van ruitenspoeiervloeistof en antivriesmiddel, alsmede door het inademen van de dampen ervan. Kans op letsel door irritatie bij contact van ruitensproeiervloeistof en antivriesmiddel met de ogen, het slijmvlies of de huid. | Beschermende kleding en goed aansluitende veiligheidsbril dragen. Open licht, vuur en ontstekingsbronnen uit de buurt houden. Contact met ogen, slijmvliezen en huid vermijden. Tijdens het werken met ruitensproeiervloeistof en antivriesmiddel niet eten, drinken of roken. Dampen niet inademen, voor toereikende ventilatie zorgen. Ruitensproeiervloeistof en antivriesmiddel alleen in goed afgesloten originele verpakkingen en buiten bereik van kinderen bewaren. | |
Gevaarlijk! | Kans op letsel door bekneld raken, in extreme gevallen door het afknijpen van ledematen bij ingrepen aan het ruiten-wissermechanisme | Voordat enige werkzaamheden aan het ruitenwissermechanisme worden uitgevoerd, moet altijd het contact worden uitgeschakeld en moet de zendersleutel zich buiten het zendbereik van het voertuig worden gelegd (minstens 2 m). | |
1 | Motorkap sluiten | ||
| |||
2 | Achterklep, portieren, schuifdak en zijruiten sluiten | ||
3 | Contact inschakelen | ||
4 | Werking en afstelling van sproeiers ruitensproeierinstallatie op voorruit controleren | ||
De straal moet in het gemarkeerde gebied op de voorruit terechtkomen. Zo nodig afstelling van sproeiers met regelpen corrigeren. | |||
Regelpen | |||
Als de sproeier verstopt zit: | |||
| |||
Tegen afzonderlijke opdracht, sproeier met geschikte naald reinigen en/of met perslucht van binnen naar buiten schoonblazen of sproeier vervangen. | |||
5 | Werking en afstelling van sproeiers ruitensproeierinstallatie op achterruit controleren | ||
De sproeistraal moet in het gemarkeerde gebied op de voorruit terechtkomen. Zo nodig afstelling van sproeiers met regelpen corrigeren. | |||
Regelpen | |||
Bij niet-afstelbare sproeiers en een afwijkend sproeibeeld: | |||
| |||
Sproeier tegen afzonderlijke opdracht vervangen. | |||
Als de sproeier verstopt zit: | |||
| |||
Tegen afzonderlijke opdracht, sproeier met geschikte naald reinigen en/of met perslucht van binnen naar buiten schoonblazen of sproeier vervangen. | |||
6 | Ruststand van wisserbladen controleren | De wisserbladuiteinden moeten op markering (pijl C) van de voorruit liggen en mogen hiervan maximaal 10 mm naar boven of naar onderen afwijken. | |
Als de ruststand afwijkt: | |||
| |||
Tegen afzonderlijke opdracht, wisserarmen controleren en afstellen. | |||
7 | Afstelling van wisserarmen aan voorruit controleren | | |
Ruitensproeiervloeistof met behulp van ruitensproeierinstallatie op voorruit sproeien en wissers in hoogste stand zetten. | |||
Bij klachten: | |||
| |||
Tegen afzonderlijke opdracht, oorzaak vaststellen en verhelpen. | |||
8 | Afstelling van wisserarm aan achterruit controleren | | |
Ruitensproeiervloeistof met behulp van ruitensproeierinstallatie op achterruit sproeien en wisser in hoogste stand zetten. | |||
Bij klachten: | |||
| |||
Tegen afzonderlijke opdracht, oorzaak vaststellen en verhelpen. | |||
9 | Dimlicht inschakelen | Voertuigen met CODE 600, koplampreinigingsinstallatie, of met CODE 615, verlichtingseenheid bi-xenonkoplampen met geïntegreerde bochtenverlichting | |
10.1 | Ruitensproeierinstallatie van voorruit herhaaldelijk bedienen en werking, alsmede afstelling van sproeiers koplampreinigingsinstallatie controleren | Voertuigen met CODE 600, koplampreinigingsinstallatie, of met CODE 615, verlichtingseenheid bi-xenonkoplampen met geïntegreerde bochtenverlichting | |
Ruitensproeierinstallatie van voorruit zo vaak bedienen dat de koplampreinigingsinstallatie wordt geactiveerd. De sproeistraal moet bij de lichten op de koplamplenzen terechtkomen. Zo nodig afstelling corrigeren. | |||
Regelpen | |||
Als de sproeier verstopt zit: | |||
| |||
Tegen afzonderlijke opdracht, sproeier met geschikte naald reinigen en/of met perslucht van binnen naar buiten schoonblazen of sproeier vervangen. | |||
Bij niet-afstelbare sproeiers en een afwijkend sproeibeeld: | |||
| |||
Sproeier tegen afzonderlijke opdracht vervangen. | |||
10.2 | Schakelaar SRA (S1s7) indrukken en werking, alsmede afstelling van sproeiers koplampreinigingsinstallatie controleren | Voertuigen met CODE 600, koplampreinigingsinstallatie, of met CODE 615, verlichtingseenheid bi-xenonkoplampen met geïntegreerde bochtenverlichting | |
De sproeistraal moet bij de lichten op de koplamplenzen terechtkomen. Zo nodig afstelling corrigeren. | |||
Regelpen | |||
Als de sproeier verstopt zit: | |||
| |||
Tegen afzonderlijke opdracht, sproeier met geschikte naald reinigen en/of met perslucht van binnen naar buiten schoonblazen of sproeier vervangen. | |||
Bij niet-afstelbare sproeiers en een afwijkend sproeibeeld: | |||
| |||
Sproeier tegen afzonderlijke opdracht vervangen. | |||
11 | Dimlicht uitschakelen | Voertuigen met CODE 600, koplampreinigingsinstallatie, of met CODE 615, verlichtingseenheid bi-xenonkoplampen met geïntegreerde bochtenverlichting | |
12 | Contact uitschakelen | ||
13 | Vloeistofniveau van ruitenwisserinstallatie corrigeren | ||
Alleen bij servicebeurt met plus-pakket. |
110 589 02 63 00
Regelpen
Verwezen documenten
- ap8235p8210rt
- ap8235p825201rt
- ar8840p1000rt
- as8230z000101a Kans op letsel door bekneld raken, in extreme gevallen door het afknijpen van ledematen bij ingrepen aan het ruiten-wissermechanisme
- as8235z000101a Brand- en explosiegevaar door het ontbranden van ruitensproeiervloeistof en antivriesmiddel, alsmede de damp ervan. Vergiftigingsgevaar door het binnenkrijgen van ruitenspoeiervloeistof en antivriesmiddel, alsmede door het