ap8230p8252rt

Ruitenwissers, ruitensproeierinstallatie en koplampreinigingsinstallatie - werking controleren

Type ap · thema 82.30 · versie 0302 · 2016-06-14

Geldig voor: Type 251

Plaats

Functiegroep 3 Opbouw/carrosserie › 82 Elektrische installatie, opbouw/carrosserie › 82.30 Ruitewissers — Serie 251

EinPAS 36 Zicht › 36.30 Wissen/sproeien › 36.30.1 Basisinformatie — Serie 251

AP82.30-P-8252RT

Ruitenwissers, ruitensproeierinstallatie en koplampreinigingsinstallatie - werking controleren

15.03.2016

Type

251

Ruitenwissers, ruitensproeierinstallatie en koplampreinigingsinstallatie -      
	werking controleren

P82.35-2469-06

Ruitenwissers, ruitensproeierinstallatie en koplampreinigingsinstallatie -      
	werking controleren

Afgebeeld bij type 164.8

P82.35-2714-11

Ruitenwissers, ruitensproeierinstallatie en koplampreinigingsinstallatie -      
	werking controleren

Pfeil C

Markeringen ruststand van wisserblad op voorruit

P82.30-3090-11

Ruitenwissers, ruitensproeierinstallatie en koplampreinigingsinstallatie -      
	werking controleren

S1s7

Schakelaar koplampreinigingsinstallatie

P82.15-2161-01

Controleren

Gevaarlijk!

Brand- en explosiegevaar door het ontbranden van ruitensproeiervloeistof en antivriesmiddel, alsmede de damp ervan. Vergiftigingsgevaar door het binnenkrijgen van ruitenspoeiervloeistof en antivriesmiddel, alsmede door het inademen van de dampen ervan. Kans op letsel door irritatie bij contact van ruitensproeiervloeistof en antivriesmiddel met de ogen, het slijmvlies of de huid.

Beschermende kleding en goed aansluitende veiligheidsbril dragen. Open licht, vuur en ontstekingsbronnen uit de buurt houden. Contact met ogen, slijmvliezen en huid vermijden. Tijdens het werken met ruitensproeiervloeistof en antivriesmiddel niet eten, drinken of roken. Dampen niet inademen, voor toereikende ventilatie zorgen. Ruitensproeiervloeistof en antivriesmiddel alleen in goed afgesloten originele verpakkingen en buiten bereik van kinderen bewaren.

AS82.35-Z-0001-01A

Gevaarlijk!

Kans op letsel door bekneld raken, in extreme gevallen door het afknijpen van ledematen bij ingrepen aan het ruiten-wissermechanisme

Voordat enige werkzaamheden aan het ruitenwissermechanisme worden uitgevoerd, moet altijd het contact worden uitgeschakeld en moet de zendersleutel zich buiten het zendbereik van het voertuig worden gelegd (minstens 2 m).

AS82.30-Z-0001-01A

1

Motorkap sluiten

AR88.40-P-1000RT

2

Achterklep, portieren, schuifdak en zijruiten sluiten

3

Contact inschakelen

4

Werking en afstelling van sproeiers ruitensproeierinstallatie op voorruit controleren

AP82.35-P-8252-01RT

De straal moet in het gemarkeerde gebied op de voorruit terechtkomen. Zo nodig afstelling van sproeiers met regelpen corrigeren.

Regelpen

*110589026300

Als de sproeier verstopt zit:

Tegen afzonderlijke opdracht, sproeier met geschikte naald reinigen en/of met perslucht van binnen naar buiten schoonblazen of sproeier vervangen.

5

Werking en afstelling van sproeiers ruitensproeierinstallatie op achterruit controleren

AP82.35-P-8252-01RT

De sproeistraal moet in het gemarkeerde gebied op de voorruit terechtkomen. Zo nodig afstelling van sproeiers met regelpen corrigeren.

Regelpen

*110589026300

Bij niet-afstelbare sproeiers en een afwijkend sproeibeeld:

Sproeier tegen afzonderlijke opdracht vervangen.

Als de sproeier verstopt zit:

Tegen afzonderlijke opdracht, sproeier met geschikte naald reinigen en/of met perslucht van binnen naar buiten schoonblazen of sproeier vervangen.

6

Ruststand van wisserbladen controleren

De wisserbladuiteinden moeten op markering (pijl C) van de voorruit liggen en mogen hiervan maximaal 10 mm naar boven of naar onderen afwijken.

Als de ruststand afwijkt:

Tegen afzonderlijke opdracht, wisserarmen controleren en afstellen.

7

Afstelling van wisserarmen aan voorruit controleren


De wisserbladen mogen niet tegen de A-stijl of de rijwindgeleider aan stoten.
Anders kan schade aan de carrosserie of het wissermechanisme ontstaan.

Ruitensproeiervloeistof met behulp van ruitensproeierinstallatie op voorruit sproeien en wissers in hoogste stand zetten.

Bij klachten:

Tegen afzonderlijke opdracht, oorzaak vaststellen en verhelpen.

8

Afstelling van wisserarm aan achterruit controleren


Wisserblad mag niet tegen de achterklep aan stoten.
Anders kan schade aan de achterklep of het wissermechanisme ontstaan.

Ruitensproeiervloeistof met behulp van ruitensproeierinstallatie op achterruit sproeien en wisser in hoogste stand zetten.

Bij klachten:

Tegen afzonderlijke opdracht, oorzaak vaststellen en verhelpen.

9

Dimlicht inschakelen

Voertuigen met CODE 600, koplampreinigingsinstallatie, of met CODE 615, verlichtingseenheid bi-xenonkoplampen met geïntegreerde bochtenverlichting

10.1

Ruitensproeierinstallatie van voorruit herhaaldelijk bedienen en werking, alsmede afstelling van sproeiers koplampreinigingsinstallatie controleren

Voertuigen met CODE 600, koplampreinigingsinstallatie, of met CODE 615, verlichtingseenheid bi-xenonkoplampen met geïntegreerde bochtenverlichting
Voertuigen zonder schakelaar SRA (S1s7)

Ruitensproeierinstallatie van voorruit zo vaak bedienen dat de koplampreinigingsinstallatie wordt geactiveerd. De sproeistraal moet bij de lichten op de koplamplenzen terechtkomen. Zo nodig afstelling corrigeren.

Regelpen

*110589026300

Als de sproeier verstopt zit:

Tegen afzonderlijke opdracht, sproeier met geschikte naald reinigen en/of met perslucht van binnen naar buiten schoonblazen of sproeier vervangen.

Bij niet-afstelbare sproeiers en een afwijkend sproeibeeld:

Sproeier tegen afzonderlijke opdracht vervangen.

10.2

Schakelaar SRA (S1s7) indrukken en werking, alsmede afstelling van sproeiers koplampreinigingsinstallatie controleren

Voertuigen met CODE 600, koplampreinigingsinstallatie, of met CODE 615, verlichtingseenheid bi-xenonkoplampen met geïntegreerde bochtenverlichting
Voertuigen met schakelaar SRA (S1s7)

De sproeistraal moet bij de lichten op de koplamplenzen terechtkomen. Zo nodig afstelling corrigeren.

Regelpen

*110589026300

Als de sproeier verstopt zit:

Tegen afzonderlijke opdracht, sproeier met geschikte naald reinigen en/of met perslucht van binnen naar buiten schoonblazen of sproeier vervangen.

Bij niet-afstelbare sproeiers en een afwijkend sproeibeeld:

Sproeier tegen afzonderlijke opdracht vervangen.

11

Dimlicht uitschakelen

Voertuigen met CODE 600, koplampreinigingsinstallatie, of met CODE 615, verlichtingseenheid bi-xenonkoplampen met geïntegreerde bochtenverlichting

12

Contact uitschakelen

13

Vloeistofniveau van ruitenwisserinstallatie corrigeren

AP82.35-P-8210RT

  Alleen bij servicebeurt met plus-pakket.

Ruitenwissers, ruitensproeierinstallatie en koplampreinigingsinstallatie -      
	werking controleren

110 589 02 63 00

Regelpen

Verwezen documenten