1 | Ontgrendelingshendel aan buitenzijde |
a | Controlestand |
G72.16-0001-81
2 | Ontgrendelingshendel aan binnenzijde |
a | Controlestand |
G72.16-0002-81
| Controleren | ||
1 | Kinderslot van portieren en deuren deactiveren | ||
2 | Terwijl schuifdeur is gesloten, ontgrendelingshendel (1) tot in controlestand (a) omhoogtrekken tot deze vastklikt | Na de handmatige ontgrendeling moet de schuifdeur met de hand kunnen worden geopend. Als de noodontgrendeling niet werkt: | |
| |||
Tegen afzonderlijke opdracht oorzaak bepalen en verhelpen. | |||
3 | Schuifdeur met de hand sluiten | ||
4 | Ontgrendelingshendel (1) iets omhoogtrekken, borging (pijl) naar buiten trekken en ontgrendelingshendel (1) in uitgangsstand zetten | ||
5 | Schuifdeur met greep aan buitenzijde openen en sluiten | De schuifdeur wordt automatisch geopend en gesloten. | |
6 | Als schuifdeur is gesloten, ontgrendelingshendel (2) in passagierscompartiment tot in controlestand (a) omhoogtrekken tot deze vastklikt | Na de handmatige ontgrendeling moet de schuifdeur met de hand kunnen worden geopend. Als de noodontgrendeling niet werkt: | |
| |||
Tegen afzonderlijke opdracht oorzaak bepalen en verhelpen. | |||
7 | Schuifdeur met de hand sluiten | ||
8 | Ontgrendelingshendel (2) licht omhoogtrekken, borging indrukken (pijl) en ontgrendelingshendel (2) in uitgangsstand zetten | ||
9 | Elektrische deurbediening aan binnenzijde bedienen | De schuifdeur wordt automatisch geopend en gesloten. |