1 | Controlelampje knipperlicht links |
2 | Controlelampje knipperlicht rechts |
3 | Controlelampje grootlicht |
4 | Controlelampje dimlicht |
5 | Controlelampje mistachterlicht |
6 | Controlelampje standlicht |
7 | Waarschuwingslampje remvloeistof en parkeerrem |
8 | Controlelampje antiblokkeersysteem |
9 | Waarschuwingslampje remsysteem |
10 | Waarschuwingslampje parkeerrem |
11 | Waarschuwingslampje ESP®/ESP® OFF |
12 | Controlelampje parkeerrem |
13 | Waarschuwingslampje veiligheidsgordel |
14 | Controlelampje veiligheidssysteem |
15 | Waarschuwingslampje DISTRONIC (bij code 233, DISTRONIC PLUS, of code 266, DISTRONIC PLUS met stuurassistent en Stop & Go Pilot, of code 239, DISTRONIC PLUS, of code 258, COLLISION PREVENTION ASSIST) |
16 | Controlelampje motordiagnose |
17 | Waarschuwingslampje accureserve |
18 | Controlelampje mistlampen voor |
19 | Waarschuwingslampje stuurbekrachtiging |
20 | Waarschuwingslampje bandenspanningscontrole (bij code 475, bandenspanningscontrole) |
21 | Melding lampuitval op multifunctioneel display |
22 | Controlelampje beperkt aandrijfvermogen van EV-aandrijflijn |
23 | Waarschuwingslampje systeemfout hoogspanning |
P54.30-A021-81
Voorbereidende werkzaamheden | |||
1 | Motorkap, achterklep en alle portieren sluiten. | ||
2 | Regeleenheid elektronisch contactslot in stand '2' (kl. 15) brengen. | ||
3 | Parkeerrem bedienen. | ||
| Controleren | ||
4 | Werking van waarschuwingslampjes (7, 9, 10, 11, 13, 15, 17, 19, 20, 23) en controlelampjes (6, 8, 12, 14, 16, 18, 22) controleren. | Bij klachten: | |
| |||
Klachten verhelpen. | |||
Tegen afzonderlijke opdracht. | |||
5 | Dimlicht met de hand inschakelen. | Controlelampje dimlicht (4) moet gaan branden en er mag geen melding van lampuitval op multifunctioneel display (21) verschijnen. | |
Bij klachten: | |||
| |||
Klachten verhelpen. | |||
Tegen afzonderlijke opdracht. | |||
6 | Grootlicht inschakelen. | Controlelampje grootlicht (3) moet gaan branden en er mag geen melding van lampuitval op multifunctioneel display (21) verschijnen. | |
Bij klachten: | |||
| |||
Klachten verhelpen. | |||
Tegen afzonderlijke opdracht. | |||
7 | Mistachterlicht inschakelen. | Controlelampje mistachterlicht (5) moet gaan branden en er mag geen melding van lampuitval op multifunctioneel display (21) verschijnen. | |
Bij klachten: | |||
| |||
Klachten verhelpen. | |||
Tegen afzonderlijke opdracht. | |||
8 | Bedrijfsrem activeren en achteruitversnelling inschakelen. | Er mag geen melding van lampuitval op multifunctioneel display (21) verschijnen. | |
Bij klachten: | |||
| |||
Klachten verhelpen. | |||
Tegen afzonderlijke opdracht. | |||
9 | Alarmknipperlichten inschakelen. | Controlelampje knipperlicht links (1) en controlelampje knipperlicht rechts (2) gaan tegelijkertijd knipperen op multifunctioneel display. Er mag geen melding van lampuitval op multifunctioneel display (21) verschijnen. | |
Bij klachten: | |||
| |||
Klachten verhelpen. | |||
Tegen afzonderlijke opdracht. | |||
10 | Schakelaars in ingangstoestand terugzetten. | ||
Afrondende werkzaamheden | |||
11 | Regeleenheid elektronisch contactslot in stand '0' brengen. |