ap5430p5451ca

Waarschuwings- en functielichten in combi-instrument controleren

Type ap · thema 54.30 · versie 0101 · 2015-07-09

Geldig voor: Type 207

Plaats

Functiegroep 2 Onderstel › 54 Elektrisch installatie, uitrusting en instrumenten › 54.30 Combi-instrument, indicatie-instrumenten — Serie 207

EinPAS 31 Communicatie/informatie/entertainment › 31.30 Combi-instrument/boordcomputer › 31.30.11 Regeleenheid/relais — Serie 207

EinPAS 31 Communicatie/informatie/entertainment › 31.30 Combi-instrument/boordcomputer › 31.30.15 Indicatie/display — Serie 207

AP54.30-P-5451CA

Waarschuwings- en functielichten in combi-instrument controleren

23.5.13

Type

207

Waarschuwings- en functielichten in combi-instrument controleren

1

Controlelampje knipperlicht links

2

Controlelampje knipperlicht rechts

3

Controlelampje grootlicht

4

Controlelampje dimlicht

5

Controlelampje mistachterlicht

6

Waarschuwingslampje remsysteem

7

Controlelampje antiblokkeersysteem

8

Waarschuwingslampje elektronisch stabiliteitsprogramma (ESP)

9

Waarschuwingslampje ESP®/ASR OFF

10

Waarschuwingslampje veiligheidsgordel

11

Controlelampje veiligheidssysteem

12

Waarschuwingslampje DISTRONIC (bij CODE 233, DISTRONIC PLUS)

13

Controlelampje motordiagnose

14

Waarschuwingslampje brandstofreserve

15

Multifunctioneel display

P54.33-2483-81

Controleren

1

Motor afzetten en contact inschakelen

Motorkap, kofferdeksel en alle portieren gesloten.

2

Parkeerrem bedienen

3

Werking van waarschuwingslampjes (6, 8, 9, 10, 12, 14) en controlelampjes (7, 11, 13) controleren

Bij klachten:

Tegen afzonderlijke opdracht, oorzaak bepalen en verhelpen

4

Dimlicht met de hand inschakelen

Controlelampje dimlicht (4) moet gaan branden en er mag geen melding van lampuitval op multifunctioneel display verschijnen (15).

Bij klachten:

Tegen afzonderlijke opdracht, oorzaak bepalen en verhelpen

5

Grootlicht inschakelen

Controlelampje grootlicht (3) moet gaan branden en er mag geen melding van lampuitval op multifunctioneel display verschijnen (15).

Bij klachten:

Tegen afzonderlijke opdracht, oorzaak bepalen en verhelpen

6

Mistachterlicht inschakelen

Controlelampje mistachterlicht (5) moet gaan branden en er mag geen melding van lampuitval op multifunctioneel display verschijnen (15).

Bij klachten:

Tegen afzonderlijke opdracht, oorzaak bepalen en verhelpen

7

Achteruitversnelling inschakelen en bedrijfsrem bedienen

Geen melding van lampuitval op multifunctioneel display (15).

8

Contact en exterieurverlichting uitschakelen

9

Alarmknipperlichtinstallatie inschakelen

Controlelampjes knipperlicht links en rechts (1, 2) gaan tegelijkertijd knipperen.

Bij klachten:

Tegen afzonderlijke opdracht, oorzaak bepalen en verhelpen

10

Alarmknipperlichtinstallatie uitschakelen