ap4015s4060e

Bandenspanning corrigeren, inclusief reservewiel

Type ap · thema 40.15 · versie 0303 · 2019-06-20

Geldig voor: Type 447 Type 448

Plaats

Functiegroep 2 Onderstel › 40 Wielen, wieluitlijning › 40.15 Bandenspanning en bandenspanningscontrole — Serie 447 · Serie 448

EinPAS 20 Onderstel › 20.30 Velg/band › 20.30.30 Velg/band/reservewiel — Serie 447 · Serie 448

AP40.15-S-4060E

Bandenspanning corrigeren, inclusief reservewiel

17.06.2019

Type

447

Type

448

Bandenspanning corrigeren, inclusief reservewiel

A

Bandenspanning juist

B

Bandenspanning te laag

C

Bandenspanning te hoog

N40.15-2038-03

Bandenspanning corrigeren, inclusief reservewiel

1

Sticker bandenspanningstabel

S40.15-A002-01

Aanwijzing

Aanwijzingen voor banden/velgen

AH40.10-P-9411-01A

Controleren

1

Bandenspanning controleren en corrigeren

Bandenspanning alleen controleren en corrigeren als banden koud zijn.
Voor juiste bandenspanning moet bandenspanningstabel in handleiding of sticker (1) in tankdopklep worden geraadpleegd.

2

Reservewiel uitbouwen.

Met code RR6, reservewiel met voertuigkrik

3

Bandenspanning van reservewiel controleren en corrigeren.

Bandenspanning van reservewiel corrigeren conform hoogste bandenspanning die voor voertuig mogelijk is.

4

Reservewiel inbouwen.

Met code RR6, reservewiel met voertuigkrik

5

Ingestelde bandenspanningen op onderhoudsformulier noteren.

6

Bandenspanningscontrole (RDK) opnieuw starten.

Met code RY2, bandenspanningscontrole

Zie handleiding.

Verwezen documenten