1 | Bandenspanning uit bandenspanningstabel aflezen | Bandenspanningstabel | |
BandenspanningstabelType 690.6, 901, 902, 903, 904, 905 | |||
BandenspanningstabelType 900, 906 | |||
BandenspanningstabelType 667, 668, 670 | |||
BandenspanningstabelType 636, 639 | |||
2 | Ventieldoppen losschroeven | ||
3 | Bandenspanningen controleren en corrigeren | Bandenspanning alleen controleren en corrigeren als de banden koud zijn. | |
Bij dubbele bandenmontage ook de banden aan de binnenzijde controleren. Zo nodig een ventielverlengstuk inbouwen. | |||
4 | Bandenspanning aan reservewiel controleren en corrigeren | Bandenspanning van het reservewiel overeenkomstig de hoogste voor de wagen vereiste bandenspanning corrigeren. | |
5 | Ventieldoppen aanbrengen |
Verwezen documenten
- ap4015d406001a Bandenspanningstabel
- ap4015d406001b Bandenspanningstabel
- ap4015d406001c Bandenspanningstabel
- ap4015d406001d Bandenspanningstabel
- ap4015d406001e Bandenspanningstabel