AP40.10-D-4040A | Achterwielen de-, monteren | 23.8.11 |
TYPE 903.6, 904.6, 905.6
vanaf modeljaar 2003
TYPE WD1, WD2, WD3, WD6, WD7, XD1, XD2, XD3, XD4, XD5, XD6, XD7, YD1, YD2, YD3, YD4, YD5, YD6, YD7
N40.10-2177-01
1 Wielbevestigingsmoer
2 Conische veerring
3 Velgen
| Uit-, inbouwen | ||
| Aanwijzingen bij wielbevestiging | ||
1 | Wagen tegen wegrollen beveiligen | ||
2 | Wagen opheffen en met bokken ondersteunen | Als de bokken niet op de juiste wijze worden aangebracht, kan het chassis worden beschadigd. | |
Bokken onder chassislangsdrager voor de achteras aanbrengen. | |||
3 | Wielen demonteren | Inbouw: Wielbevestigingsmoeren (1) kruiselings aanhalen. | |
Inbouw: Nadat de eerste 50 km zijn afgelegd, moeten wielbevestigingsmoeren (1) worden nagetrokken. | |||
| |||
| Controleren | ||
4 | Banden op beschadiging en toestand controleren | Zo nodig banden vervangen. | |
5 | Velgen (3) op beschadiging, toestand en centreringen van velgranden controleren | Zo nodig velgen (3) vervangen. | |
6 | Wielbevestigingsmoeren (1) en conische veerring (2) op beschadiging controleren | Zo nodig wielbevestigingsmoer (1) en conische veerring (2) vervangen. | |
7 | Inbouw in omgekeerde volgorde uitvoeren |
Wielen
Verwezen documenten
- ah4010n100501a Aanwijzingen bij wielbevestiging