ah6830p000101a

Aanwijzingen bij bediening van schuiflade

Type ah · thema 68.30 · versie 0101 · 2013-01-11

Geldig voor: TYPE 203.0

Plaats

Functiegroep 3 Opbouw/carrosserie › 68 Interieuruitrusting › 68.30 Bekleding, sierframes — Serie 203 (modellen 0**)

EinPAS 37 Interieuruitrusting › 37.15 Dashboard › 37.15.1 Basisinformatie — Serie 203 (modellen 0**)

EinPAS 37 Interieuruitrusting › 37.20 Middenconsole › 37.20.1 Basisinformatie — Serie 203 (modellen 0**)

EinPAS 37 Interieuruitrusting › 37.55 Opbergvakken/reservoir/houder › 37.55.1 Basisinformatie — Serie 203 (modellen 0**)

EinPAS 37 Interieuruitrusting › 37.76 Pantry/koelbox › 37.76.1 Basisinformatie — Serie 203 (modellen 0**)

AH68.30-P-0001-01A

Aanwijzingen bij bediening van schuiflade

TYPE

203.0

De maximumbelasting van de schuiflade bedraagt 2,5 kg.

Voorwerpen die gevoelig zijn voor schokken, moeten dusdanig in de schuiflade worden opgeborgen dat deze niet kunnen verschuiven.

De schuiflade moet altijd tot de eindaanslag naar binnen worden geschoven om te voorkomen dat de lade tijdens het rijden heen en weer gaat klappen.

Voor het uitbouwen van de schuiflade moet op het volgende worden gelet: De schuiflade tot aan de achterste eindaanslag naar buiten trekken. De vergrendeling van de schuifladeblokkering links en rechts (6) tegen de veerkracht in naar binnen drukken, om de eindaanslag te overwinnen, en vervolgens de schuiflade verder naar buiten trekken
Anders kan de functionaliteit niet worden gegarandeerd.

Aanwijzingen bij bediening van schuiflade

Voor het inbouwen van de schuiflade moet op het volgende worden gelet: De vergrendeling van schuifladeblokkering links en rechts (6) tegen de veerkracht in naar binnen drukken, de schuiflade op de geleiders (4) aanbrengen en vervolgens tot de voorste eindaanslag naar binnen schuiven. Na ca. 100 mm worden de blokkeringen duidelijk merkbaar in de achterste eindaanslagen (7) vergrendeld. Om de aanslagen te overwinnen, is slechts iets meer bedieningskracht benodigd
Anders kan de functionaliteit niet worden gegarandeerd.

P68.30-2187-01

Aanwijzingen bij bediening van schuiflade

De schuiflade beschikt over een voorste en achterste eindaanslag. De voorste eindaanslag zorgt ervoor dat de schuiflade niet te ver naar binnen kan worden geschoven, en de achterste eindaanslag zorgt ervoor dat de schuiflade tijdens het naar buiten schuiven niet helemaal los wordt getrokken. Als er wordt geprobeerd de eindaanslagen met behulp van veel kracht te overwinnen, leidt dit tot schade aan de schuiflade.
Anders kan de functionaliteit niet worden gegarandeerd.

P68.30-2182-01