De regeleenheid kan max. 5 storingen opslaan. Herkende storingen worden in de vorm van een storingscode in het storingsgeheugen van de regeleenheid opgeslagen.
Bij de herkenning en opslag van storingen wordt het volgende onderscheid gemaakt:
Storingen die momenteel aanwezig zijn (actuele storingen)
Storingen die ooit aanwezig waren, maar nu niet meer
(Opgeslagen storingen)
Het storingsgeheugen wordt bij het onderbreken van de voedingsspanning, zoals bij het losnemen van de accupolen, niet gewist.
De opgeslagen storingen kunnen bij de diagnosestekkerdoos alleen bij "contact IN" en "verwarming AAN" met de HHT worden uitgelezen.
Handelwijze bij actuele storingen:
Storingen verhelpen als aangegeven op het HHT-display.
Handelwijze bij opgeslagen storingen:
Storingsgeheugen wissen. Verwarmingseenheid uitschakelen en opnieuw inschakelen. Storingsgeheugen opnieuw uitlezen. Eventueel opgeslagen storingen verhelpen.
Aanwijzing
Als de verwarming niet kan worden ingeschakeld, kunnen de storingscodes niet worden uitgelezen.
De storingen die hiervoor verantwoordelijk zijn, moeten eerst worden verholpen.
Als bij ingeschakelde verwarming na de korte test geen indicatie "ZHE" verschijnt, kan de verwarmingseenheid eventueel meerdere keren worden uit- en ingeschakeld.
Als het systeem desondanks niet wordt herkend:
Controleren of de diagnosekabel is onderbroken.